Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTON PIECK

Hohensalzburg (E. 108, 1920). Daarna komt hij van deze opvatting terug. Blijkbaar voelt hij, dat zijn talent, gericht op het puntig karakteriseeren van de scherp waargenomen bijzonderheden der dingen en het geestig vertolken van typische gevalletjes in het alledaagsche leven van burgermenschjes in dorp en stad, zich voorloopig weinig eigent tot het maken van groote prenten. Zoo zijn de kleinere etsjes van Salzburg (E. 90, 93, 100 en 106; 1919/'20), al toonen zij invloed van Bauer, véél zuiverder dan de Binnenplaats (E. 108). Toch blijft onder de groote etsen de Schedels met oude boeken (E. 95, 1919) belangrijk.1) Nog in 1928 kon Just Havelaar ervan schrijven, dat die ets »in haar nauwgezetheid van détailuitbeelding toch een grootheid behoudt en de sfeer om het oudzijn suggereert.« In deze laatste omschrijving van het karakteristieke in deze prent heeft Havelaar het essentieele in Pieck's kunst tevens aangeduid: in al zijn uitbeeldingen van stadsgezichten en woningen is steeds te herkennen die »sfeer om het oudzijn.« Pieck openbaart daarin zijn gevoel voor de levensgeheimen, die de Tijd om de dingen van het menschelijk leven spint. In zijn werk mijmert daardoor het wonder der legende en de stemming van het sprookje. Hierdoor is tevens verklaard zijn lust tot illustreeren en zijn behagen in de verhalende literatuur.

In 1918 maakt hij behalve een-en-twintig etsen ook vier houtsneedjes (en twee litho'tjes, die weinig beteekenen). Dit nieuwe procédé blijkt hem bijzonder te bevallen. Al de volgende jaren gaat het zoo wat gelijk op met de ets en de houtsnede: dan eens wat meer van de diepdruk-, dan weer wat meer van de hoogdrukprenten. Hij komt in kennis met

]) Dat Anton Pieck op den duur ook het ruime vlak kan beheerschen, toonde hij o. m. in de kapitale teekeningen Poort ie Mechelen (T. 5) en Geboortehuis van het Persbureau Vas Dias (T. 6), beide van 1928. Hij schept breed en klaar in dit werk met groote afmetingen stemming eh sfeer. In Pieck arbeidt een geestelijke kracht, die hem voortdurend loutert en vernieuwt. Daardoor vermag hij na zijn analytische natuurstudiën thans reeds synthetisch het stads- en landschapsbeeld te vertolken in teekeningen met zware contouren, waardoor zijn kunst onverwacht een nieuw aspect krijgt.

Sluiten