Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

Mevr. CARSTEN. Hè kindje, nu niet zoo. Je weet dat ik het zoo goed bedoel. Marcel zou je zoo graag spoedig zijn vrouwtje noemen. Je begrijpt wel, kunstenaars zijn zoo heftig in hun gevoel, die kunnen haast niet wachten. Niets natuurlijker dan zijn ongeduld. Maar dat — enfin, daar praten we nog wel eens over. Wat zeg je nu, Ellen?

(Ellen zwijgt), 't Is wat onverwacht, hè? Hoewel, je had toch wel iets gemerkt — Kijk eens, financiëel zijn er geen bezwaren. Marcel zal natuurlijk nooit zooveel verdienen om jou naar je stand te kunnen onderhouden — de kunst wordt slecht betaald. Maar ik zal gaarne —! Trouwens voor gèld kérken zou hij niet willen, daarvoor geeft hij niet genoeg om stoffelijk bezit. Hij heeft het vaak gezegd: geld is geen werken waard. Niet dat hij het liever geschonken krijgt. Maar geld is hem geen doel. O, 't zal me moeite genoeg kosten, om hem een toelage te doen aanvaarden. Ik heb dat teere onderwerp even aangeroerd. Hij wilde er niet van hooren; alleen toen ik zei, dat hij het moest doen ter wille van jou — omdat jij nu eenmaal in wat ruimere omstandigheden bent opgegroeid — toen veranderde hij een beetje. Als hij zijn persoonlijk gevoel in casu overwint en aanvaarden kan, dat hij het verplicht is aan zijn geestelijke arbeid en aan jou — dan, ja. Maar gemakkelijk zal het niet gaan. Hij mag een toelage niet weigeren, vin je ook niet Ellen?

ELLEN, 't Is zoo vreemd, wat U me daar allemaal vertelt.

Mevr. CARSTEN. Heusch zóó vreemd? Marcel zei me toch, dat hij niet geloofde, zichzelf te overschatten, als hij

dacht bij jou geconstateerd te hebben, dat er toch

wel iets was in hem, dat je aantrok

ELLEN (kinderlijk). O, ja, heel veel^ maar 't is zoo vaag nog. Ik heb een heel groote bewondering voor hem en hij is erg charmant, maar ik vind hem zoo superieur en mezelf zoo onbegaafd, 't Is toch erg onverwacht.

Mevr. CARSTEN. Nou Ellen, onbegaafd ben je niet, je voelt heel artistiek, net als je moeder en ik. — Tot zijn hoogte reik je natuurlijk niet — maar — je kan toch zeker en juist zööals jij bént, een prachtige levenstaak vervullen

Sluiten