Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SCHIJNWERPER

mannen." Ellen zal gelukkig met hem zijn, „beginnend op het hoogste plan" — waar ik vergeefs naar heb gestreefd ('n traan).

ANTON (weer goedig). Maar Meta, wees toch niet zoo dwaas. Hoe kom je opeens zoo.

META. 't Is immers niet opeens. Ik heb 't al lang opgekropt. (Als bij ingeving) 't Is een verdrongen complex geworden in mijn onderbewustzijn (Anton schudt zijn hoofd). Nu, nu ik me Marcel en Ellen samen denk, voel ik heel scherp, wat de leegte is geweest in mijn bestaan.

ANTON. Jij staat onder invloed van mama en van Marcel en van Freud. Meta, je vergist je. Die man is niet zuiver op de graat.

META. Zeg dat toch niet, Anton. Het doet me zoon pijn. Omdat hij niet is als alle anderen. En misschien wat overdreven beleefd voor Braadtlandsche begrippen. „Als iemand afwijkt van de nivelleerende norm, al is het ook een geniale afwijking", dan vinden jullie, bekrompen Braadtlanders, dat „niet zuiver"

ANTON. Jullie? Ik dacht, dat jij een landgenoote van mij was.

META. Ja, maar je weet heel goed, dat ik veel buitenslands ben geweest en — als ik het zelf mag zeggen — wel eenige cosmopolitische ruimheid van opvatting heb verworven. En dan zoo te spreken van iemand als Marcel, die zoo'n prachtige levensopvatting heeft, iemand in wiens schaduw noch jij, noch ik kunnen staan, een man, die voor zijn ideaal zou willen sterven.

ANTON. Maar tot dusver er maar liever van leeft.

META. Hoe durf je 't zeggen! Bah! Alles offert hij op voor de Vrede: zijn vaderland, zijn rust.

ANTON. Welke rust?

META. Welke rust? Welke rust? Ik zal 't dan maai zeggen, al ben je niet waard, dat ik me zooveel moeite geef. Ik heb uit de beste bron gehoord, dat Marcel's oom, die een groote fabriek bezit, hem een plaats in de directie heeft aangeboden, waardoor hij zich zonder risico een prachtpositie had kunnen verwerven.

Sluiten