Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTON PIECK

werken der Middeleeuwsche schilders en miniaturisten. Er ontstaat een mozaïek van witte en zwarte vakjes met fijne karteling van lijntjes er tusschen. De contour wordt daardoor een gebroken lijn, ontstaan door de toevoeging van telkens nieuwe deeltjes. Toch blijft deze opbouw ondergeschikt aan de indeeling van het vlak, zoodat het zwart en wit niet een warreling vertoont, maar in rustige compositie is geordend, 't Zwart, dat afgedrukt wordt van het uitgespaarde hout, is niet los van maar in samenhoorigheid mèt het wit gevormd. Hierbij werkt een streng organiseerende macht: de richtende Wil van den kunstenaar. Zoo geeft dan de houtsnede wel het precieze portret van het dier, maar is toch véél meer dan dat de projectie van Pieck's kunstenaarswezen, dat zich kristalklaar openbaart, zóó, zooals het is en niet anders. Dit grafisch werk is verrassend oprecht en ontroerend eerlijk. Het openbaart zuiver een diepe liefde voor het handwerk, de grafische kunst. Door Pieck's arbeid te bestudeeren, leert men genieten en hoog waardeeren het wit-en-zwart onzer Middeleeuwsche houtsnijders en der Japanners. Pieck staat deze Meesters zeer na. Ook in hem dat vroom zich krommen over het te bewerken houtblokje en als in gebed de gestalten van zijn geest uitslijpen in de harde grondstof: de afstempeling van de immaterieele ziel in de materie.

Ondanks deze analytische werkwijze toont de afdruk sterk een decoratief karakter en handhaaft hij zich prachtig als wandversiering. De diergestalte teekent zich scherp en karakteristiek af als silhouet tegen het wit van het fond. Die ruimte van wit rondom de figuur is geen toevalligheid, vanzelf zoo ontstaan bij de uitsparing der diervormen in den hoogdruk, maar dit blank is als één geheel vormend met het zwart gedacht en behoort bij de compositie. Een steungrond voor de vogels of water voor kreeft en visch is niet of ternauwernood aangegeven. Milieu-weergave is niet bedoeld, alleen het levend dier „an sich". Deze houtsneêprent is niet ruimtelijk, maar tweedimensiaal. Het vlak is vlak gebleven. Alleen bij de Apen (H. 24) is de zwarte lijn het beeldingsmiddel, Hoe innig van uitbeelding in houding en actie, hoe

Sluiten