Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

tuigen en behoedzaam, met uitgerekten hals, keek hij om den boomstam heen.

Zijn adem stokte en met geweld moest hij zich beheerschen om den kreet terug te dringen, die er opwelde in zijn keel. Voor hem lag het graf, dat hij bezoeken wilde. Het was makkelijk te herkennen aan de drie of vier verwelkte kransen, die triestig leunden tegen den langwerpigen steen. Bij de zerk stond een zwarte gedaante, in een wijden loshangenden mantel gehuld. Het gelaat was achter een dichten sluier verborgen. Met plechtige langzame gebaren bukte zich telkens de figuur, nam uit een gevlochten korf een klein blank voorwerp, bracht het aan haar lippen en wierp het neer. Dan boog zij zich wederom voorover en hernieuwde, bijna werktuigelijk, dezelfde handeling. Nadat de inhoud van de mand was leeggeput, bleef zij een oogenblik wachten, schijnbaar besluiteloos. Maar plotseling knielde zij en snikte hartstochtelijk, terwijl de marmeren steenen in den omtrek stillekens begonnen te vibreer en. Gedurende enkele minuten stoven de ijlende schaduwen voorbij, daarna trad opnieuw de maan uit de wolken te voorschijn en belichtte smetteloos en klaar de verstrakte monumenten. De vrouw werd kalmer. Zij kwam overeind en stond met gebogen hoofd, een weinig beschaamd misschien. Na een korte aarzeling keerde zij onverwacht zich om en verdween met snelle schreden. Rakelings liep zij den schilder voorbij, die haastig terugweek achter den dikken stam.

Hij oogde de gestalte na en peinsde, dat het Erica moest zijn. Hoe geheimzinnig greep het alles in elkaar! Bloemen wilde hij bewonderen en hij vond een glimworm, die zijn pad belichtte. Deze bracht hem naar een kerkhof, waar zijn vrouw een dooden minnaar beweende. Onwezenlijk en fantastisch was het alles, zooals in een droom. En toch scheen het gebeuren hem zoo natuurlijk toe, dat hij zich een andere uitkomst van zijn nachtelijken tocht niet denken kon. Onwillekeurig naderde hij het stille maanbeschenen graf en zijn vermoeden werd bewaarheid. De glinsterende zerk was met witte rozen bezaaid. Zij moesten eerst kort tevoren zijn af-

Sluiten