Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

geplukt, want de teere bladen waren frisch en geurden nog.

Plotseling hoorde de kunstenaar ergens een hek dichtslaan en een sleutel knarsen in het slot. Er beving hem een wilde, waanzinnige angst. Het flitste door zijn brein, dat hij was opgesloten en bij de dooden overnachten moest. De troostelooze verlatenheid van de begraafplaats werd eensklaps door woelende schaduwen verlevendigd. Het was, of er schimmen dansten over de zerken, die monsterachtig zich verwrongen en zijn lichaam poogden te omvatten. Blind van vrees, nam hij de vlucht. Zijn eene voet haakte in een rouwkrans en ritselend sleepten de dorre bladeren achter hem aan. Driemaal kwam hij bij den boom terug, omdat hij een verkeerde richting had ingeslagen. Eindelijk bereikte hij den uitgang en stond voor het hek, dat hij rukkend en rammelend beproefde te openen. Heel in de verte ontwaarde hij de zwarte gedaante zijner vrouw, die zich langzaam voortbewoog. Hij schreeuwde, maar de afstand was te groot; zij hoorde hem niet en wandelde rustig verder. In zijn wanhoop klom hij tegen de tralies op, boven verwondde hij zijn handen aan de scherpe ijzeren punten, zijn jaspand scheurde met een schel geluid. Dan sprong hij omlaag, viel — en verloor het bewustzijn.

Hoe lang hij zoo gelegen had, wist hij niet. Maar toen zijn bezinning terugkeerde, voelde hij zich uitermate kalm. Voorzichtig kroop hij overeind en slenterde moe, gebroken naar huis. In zijn atelier ontkleedde hij zich en legde zich op bed. Volgens zijn horloge was het vijf uur in den morgen. Hij sliep niet, tuurde met open oogen voor zich uit. Het begon al licht te worden. De ochtendschemer sloop zijn venster binnen en met vage doezelige omtrekken ontwaakten de voorwerpen uit den donkeren nacht. De eerste oogenblikken bleef zijn hoofd leeg van gedachten. De gebeurtenissen, die hij doorleefde, schenen tijdelijk uit zijn herinnering te zijn uitgewischt. Hij zag de schaduwen zich rekken van een nieuwen dag en al het andere was vergeten.

Maar spoedig begon zijn zelf-ironie te werken en hij lachte hoonend om zijn avontuur. Wat een zotte, romanti-

Sluiten