Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

woorden, die hij soms opving, trok hij de conclusie, dat het ideaal door niemand was bereikt. In zijn verbeelding beschouwde hij de kunstenaars als dolende, verdwaalde ridders, die na tallooze gevechten en gevaren doelloos en deerlijk gehavend rondliepen.

Het sprak vanzelf, dat zijn jong gemoed voor deze teleurgestelde idealisten eerbied ondervond. Maar toen hij ouder werd en van zijn vader toestemming kreeg om de schilderkunst te beoefenen, voelde hij eensklaps de drukkende verantwoordelijkheid, die er op zijn schouders rustte. Hij was het tegenover zichzelf en zijn familie verplicht om zijn talent te ontwikkelen en bij zijn streven niet, zooals de anderen, te verongelukken. Daar hij van nature een verstandige, practische kerel was, begreep hij voor alles zijn blinde eerzucht, zijn uitbundige verlangens te moeten temmen. Als een asceet begon hij zijn artistieke loopbaan. Grimmig ontzegde hij zich de bevrediging van zijn hartstochtelijken scheppingsdrang, zijn schoonste schildersdroomen spaarde hij voor de toekomst. In de eerste jaren wijdde hij zich uitsluitend aan technische studies. Hij teekende alleen, teekende alles, wat de natuur te aanschouwen bood: bladeren, bloemen en boomen; dieren, die met zware hoeven de aarde bestampten, en licht door het luchtruim zwevende vogelen; een enkele grashalm of een bundel sprieten; een dauwdroppel op een rozenblad of een traan, die zwol aan lange, sidderende wimpers. Hij bestudeerde de anatomie van het menschelijk lichaam, ontleedde spieren, vezelen en zenuwen en bezocht naar het voorbeeld der oude meesters de lijkensecties in het hospitaal zijner woonplaats. Alle modernisme was hem vreemd. De halfheid, de weifelingen en compromissen van den nieuwen tijd stonden hem tegen. Eerst wilde hij zijn vak beheerschen en hij legde stevige fundamenten, waarop hij later voortbouwen kon. Ook was het voornamelijk aan deze periode te danken, dat hij methodisch leerde werken en zijn wilskracht schoolde. Wanneer hij in den spiegel keek, ontdekte hij met vreugde, dat de vastberaden trek om zijn mond zich verscherpte. Maar toen hij van zijn dorren arbeid de sappige vruchten

Sluiten