Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIND OP DE MOLENS.

ouders hebben 't zoo gedacht en op onze beurt mogen wij wel peinzen lijk onze ouders.

Als 't dingen van den boerenstiel betrof, zou men ongelijk hebben gehad niet naar hem te luisteren. Hij ging aan de deur naar 't weer kijken en hij kondigde den juisten tijd aan voor 't zaaien der rapen en 't binnen doen van 't hooi. Hij trok zijn voorspellingen uit den vorm der wolken, uit het aanzien van het licht, uit de vlucht der vogels, uit de maar en den wind. Hij lette op de spreekwoorden, 't Zou hij niet geweest zijn die op den dag van Sinte-Bartholomeus naar zijn land zou gaan. Men moest de vrome dingen niet storen. De groote heilige smijt dien dag op mysterieuze wijze de dikke koolpoppen in den grond. Men kon van hem zeggen dat hij geheimen droeg in zijnen puntigen schedel onder zijn klak, die hem niet meer verliet dan zijn pijp. Wat daarbuiten gebeurde daar dacht een os al even veel aan als hij. Al meer dan vijftig jaar had hij deze hut in huur van de heeren, en zijn boogaerd en zijn land waaruit hij zijn onderhoud haalde. Hij kloeg niet: hij had er nooit over na gedacht, dat zijn leven beter kon zijn. In allen eenvoud zei hij dat hij vijftien kinderen had bezeten, meisjes en jongens, en dat geeneen ervan ooit honger had gehad. Tina, zijne vrouw, was tijdens den oogst gedood geworden door een bliksemslag. Zijn zonen waren ievers anders gaan wortel schieten; hij woonde hier nu lijk een patriarch met zijn drie dochters en zijn kleindochter, 's Winters, volgend heuren vinger die van regel tot regel liep, las de groote Lee hem voor uit Matheus Lansberg.

Dries achtte dezen eenvoudigen man, die onderdanig het leven aanvaardde. Hij probeerde wel eens op zijn ouden molen met de verroeste as te blazen. De Reiger schokschouderde dan eens lichtekens, verdedigde met zijn koppig verstand van den ouden tijd den kasteelheer en den baas. De zoo ootmoedigde heldhaftigheid van dezen ouden dienaar der aarde ontroerde hem. Eigenlijk heeft deze 't verdiend, zijn geloof te mogen bewaren, peinsde Dries. En hij had geen goesting meer om hem te spreken van de rechten van den mensch volgens het nieuwe evangelie.

Sluiten