Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VEERSCHE HEKS.

den rechter schouder, en vragend haar groote, donkere oogen.

Ze wees hem den omtrek, de dorpen in 't land, de kasteden, of, op zee, de schepen en Adriaen veinsde alles te zien, doch hoorde slechts de klank van haar rustige stem en weer moest hij denken aan dat oogenblik, toen dezelfde maagd, beschroomde jonkvrouw nog, hem tegemoet was gekomen, toen hij als vreemde heur woning binnentrad

Geertruyd zweeg. Er was stilte, een wijde stilte rondom de twee, een zoete vrede over heel de omgeving. Adriaen voerde haar zoetjes naar wat struikgewas onder aan den dijk. Gewillig ging ze mede, gevangen in de gewijde stemming van 't Zeeuwsche voorjaar. En nog lang duurde hun zwijgen, voordat hij fluisterend begon

Maar toen het najaar in 't land was gekomen, voerde Adriaen niet Geertruyd, maar haar zuster, Annemarie, naar zijn woning. Pauwelsz, die met scherp oog spoedig had ontdekt hoe Adriaen en Geertruyd elkander bejegenden, had beiden er over onderhouden en in samenzijn met den jongeman had hij gewaagd van zijn teleurstelling, dat Adriaen niet zijn keuze had bepaald op de oudste der zusters, die getoond had, zooveel te gevoelen voor het bedrijf, dat hem lief was. Zoo gaarne zou hij dan zijn neef en pleegdochter zijn brouwerij hebben nagelaten, gerust over de toekomst van de nering, die hij groot gemaakt had.

Adriaen dacht na. Hij kende langzamerhand den hoofdigen oude en had deernis met hem.

,,Goed, vader Pauwelsz," had hij gezegd, denkend aan 't schrale Brabant, dat in 't verschiet dreigde, „ik zal met Annemarie spreken."

Annemarie vermoedde meer, dan ze wist, doch toen Adriaen haar in eenvoudige woorden ten huwelijk vroeg, had zij niet geaarzeld, maar hem spoedig haar woord gegeven.

„Vader," zeide Adriaen op een zomeravond, toen beide mannen en Annemarie gedrieën uitrustten vóór de woning, „ik weet, dat gij gaarne ons beiden getrouwd zoudt zien. Welnu, wij wenschen elkander tot man en vrouw!"

Sluiten