Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KA.BOUTERMEISJE.

dompte kamertje, dat oom Dries den wijdschen naam van werkplaats had gegeven, terwijl ze bezig was een pop aan te kleeden of de laatste hand aan een pas geboetseerd kaboutertje te leggen, dan zou men gezworen hebben, dat daar in dat hoekje een jong moedertje voor haar eigen allerliefste kindje het mooiste speelgoed wilde maken. Zooveel liefde en innigheid straalden er uit het gezichtje van Wiesje, dat laag over het werk gebogen was.

Wiesje's werkplaats in de fabriek van oom Dries lag voor aan de straat op de eerste verdieping. Met twee ramen zag ze op de straat uit. Nu, in den vollen zomertijd, stonden beide ramen open. Voor het eene raam stonden de pas geschilderde of geboetseerde kaboutertjes in een koddige rei te drogen, voor het andere raam zat Wiesje en knutselde nijver voort tot soms laat op den dag.

Juist was ze bezig de puntmuts van een kaboutertje te fatsoenneeren, toen er op de deur van de werkplaats geklopt werd. Een chic gekleede jonge man kwam binnen. Wiesje herkende in hem direct den jongenman, die sedert eenige weken opvallend vaak langs de „fabriek" gewandeld was en naar de open vensters had opgekeken. De jonge man boog deftig voor haar en lachte vriendelijk.

Ik zou graag zes en dertig kaboutertjes van u koopen, zei hij. En direct liet hij er op volgen — wat vind ik dit vreeselijk grappig, zoo'n kabouterfabriek! Daar had ik nog nooit van gehoord. En is u de moeder van al die kabouters? Als ik een kaboutertje was, zou ik stilletjes wenschen, dat ze me nooit hier vandaan haalden....

Wiesje lachte verlegen. Ze voelde zich overrompeld. De „fabriek" leverde niet rechtstreeks aan particulieren....

— Maar ik moet er zes en dertig tegelijk hebben. Ik handel in 't groot, lachte de jonge man. En misschien heb ik over eenige dagen er nog wel een paar dozijn noodig....

Een week later wist Wiesje hoe de jonge man heette, waar hij woonde, veertien dagen later ging Wiesje voor het eerst een avondje met hem uit. Hij bleek een gefortuneerd jongmensch te zijn, van goede afkomst en al wist ze het niet zeker, ze vermoedde toch wel, dat de dozijnen

Sluiten