Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'S LEVENS POËZIE

door

AMY VORSTMAN—TEN HAVE.

Door een onnaspeurlijken samenloop van omstandigheden had de heer Ambrosius Jansen een voornaam gekregen, die evenmin bij zijn familienaam als bij zijn alledaagsche, korte, gedrongen renteniersgestalte, paste. Het was een onmogelijke naam, die geen enkele behoorlijke afkorting toeliet.

En toch was het slechts in oogenblikken van spanning en beroering, dat zijn trouwe wederhelft hem plechtstatig aansprak met „Ambrosius".

Wanneer er niets bijzonders aan de hand was, wist hij zoo goed als zeker, dat ze hém bedoelde wanneer ze op de haar eigen bezorgden toon „Sie" riep. Mama Jansen was altijd bezorgd; als het niet om het personeel was, dan was het om de dure groente of omdat het vleesch niet toereikend bleek, of omdat zij bang was, dat de huisnaaister niet genoeg zou afmaken voor haar twee-gulden-met-de-kost.

Meneer Jansen stelde slechts matig belang in al dat huishoudelijk gebeuren. Hij verdeelde zijn dagen tusschen zijn kippen, zijn krantje, zijn maaltijden en de sociëteit en daar bevond hij zich zeer wel bij.

Eén zorg was er echter, die hij ten volle deelde met zijn

Sluiten