Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 's LEVENS POËZIE.

dat? Ik heb me nooit bemoeid met je vrienden en kennissen en je hebt altijd iedereen hier mogen brengen en we hebben al die jongelui, zoover als ik weet, vriendelijk en gastvrij ontvangen — maar dit gaat te ver.... dit gaat beslist te ver....

„Je vader heeft gróót gelijk " zuchtte mevrouw

Jansen.

„Och — het is een dichter en dié doen altijd een beetje anders als andere menschen, moet U maar denken", antwoordde Loeki. „We tikken zijn gedichten voor hem

Verder weet ik ook niet veel van hem af....

„Maar wat moet die man van jou?" vroeg de heer Jansen driftig.

„Ja, wat wou hij toch van je ?" echode mevrouw

Jansen.

„Ik weet het heusch niet, antwoordde Loeki geeuwende en zich uitrekkende: „O — ik ben zoo moe — ik ga meteen naar bed."

Dat was na het eerste bezoek van den dichter aan Loeki.

„Zie je nu wel zie je nu wel...." jammerde mevrouw

Jansen „ik heb het altijd wel gezegd Ik heb werkelijk mijn best gedaan moderne opvattingen te hebben — maar dit is te veel...."

,,'t Is in ieder geval genoeg" — sprak de heer Ambrosius Jansen met gezag. „De volgende maal, dat die idioot weer hier durft te komen, zal ik er bij blijven."

En zoo geschiedde.

Al was het eenigszms anders als de heer Jansen het zich had voorgesteld: den volgenden morgen ontbeet hij met den dichter of liever: de dichter ontbeet met hem. Dat kwam zoo:

Toen Loeki uitgerust en frisch als de dageraad dien ochtend beneden kwam, vond zij haar dichter in den salon.

„Eindelijk — ster van mijn geest ! aanbiddelijk wezen....! eindelijk!" begroette hij haar.

„B-ben je heelemaal niet naar huis geweest?" vroeg Loeki stom verbaasd.

„Ik heb den ganschen nacht geloopen uren

Sluiten