Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NARCISSEN.

verwijderd waren van de anderen, zei ze plotseling: „Ik heb gezien dat iets in mij u bezig houdt en ik begrijp wel wat het is. Mijn vrienden hier weten het en de anderen letten er niet op, maar aan u is het erg opgevallen dat ik in 't geheel niet met de menschen meelach. De oorzaak is iets heel eenvoudigs, iets lichamelijks: mijn eene wangspier is van binnen pijnlijk aangedaan door een groote witte blaar en in 't bijzonder veroorzaakt lachen mij pijn. U ziet dat ik mij weet te beheerschen."

Voorbeitel glimlachte verward om haar eerlijk verslag, hij was een oogenblik bijna duizelig door de korte oplossing van het raadsel, doch teleurgesteld was hij niet eens. Wat , hij had waargenomen bleef bestaan, alleen was deze vrouw van dit oogenblik af voor hem als alle anderen. En van de vroolijke, pretmakende menigte voelde hij, nu het feest ten einde liep, nog even de uitstraling van warm en algemeen leven waarvan hij nu in geheimen weemoed zijn deel begeerde. Terwijl hij zoo mijmerend vaag meegenoot, raakte hij haast ongemerkt in een intiem gesprek met een meisje dat hij oppervlakkig kende en hier in het eerst nauwelijks had gezien. Zij heette Elsa, was jong en bekoorlijk en zij klaagde hem in kinderlijk vertrouwen haar nood: haar vader wou haar tot een huwelijk dwingen en zij zon tot nog toe vergeefs op middelen om hem te ontvluchten. En terwijl Voorbeitel nog nadroomde over het onwezenlijkbekoorlijke vrouwengelaat, waarvan hij de beschouwing nu ontweek, bood hij uit goedhartigheid Elsa aan om hem te vergezellen naar het afgelegen oord waar hij terwille van de wetenschap eenigen tijd in 't geheim zou doorbrengen. Hij was zich toen niet bewust dat hij haar gezelschap daar voor zich wenschte.

(Wordt vervolgd).

Sluiten