Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

720

WIND OP DE MOLENS.

hem dat de nederige werkman, met zijn handen die het werkgerief vast hielden, meer beduidde in de algemeene orde dan de kasteelheer of de pastoor. Hij ging zoo dikwijls niet meer ter kerke: in hem leefde het gevoel, dat een vrij1 man voor zich zelf zijn godsdienst opbouwt precies lijk zijn zeiven. En hij zag de God van zijn leven hem toelachen in zijn gouden zon aiover den blozenden sneeuw der pruimelaarkens.

't Was de tijd van den grooten kuisch in het dorp: iedereen haastte zich om zijn huis te laten witten. Daar waren maar alleen de zeer arme menschen die zich de weelde van een gekaleiden gevel voor den hoogdag van Paschen niet betalen konden. De plafoneerder haalde er een ferme pree uit. Hij kwam bij de Abeelsen zooals hij overal kwam, met zijn wit schort aan, zijn twee emmers, zijn borstels gesteeld aan een lange peers en zijn zak blauwsel. De kalk, verlengd en blauwkes getint, was vet en roomig als botermelk. Men was maar nooit te weten gekomen waarom hij, binst hij zijn borstels in 't breed en in 't lang overentweer liet wandelen, somwijlen een langen speek in zijnen emmer neerpletste. Overal waar hij geweest was zag de grond wit alsof er kerseleeren-sneeuw was neergedwarreld.

De kleine hoevekens met hun frissche muren leken achter hun hagen en onder den bloesem der boomgaerden als zuivere gewetens. Dat had een beteekenis precies lijk alles in het leven. Men laat den man met het witte schort komen zooals men naar den pastoor ging: men had dorst naar vernieuwing en zuiverheid. Dat was een kijk die Dries vroeger toch nooit zou gehad hebben. De kudde der zielen ging met heeldere hoopen hun eigen wasschen in de emmerkens van het berouw. De pastoor en de onderpastoor hadden ook een zware week met al die groote boeren-zonden op den arm. Alleen de smis van Goliath bleef zwart onder de peersche botten van den kruinagel. Deze zou men niet gauw gezien hebben in den biechtstoel. Hij zegde al lachend, dat hij zich veel te lang geroosterd had aan 't vuur van zijn smisse, om zijn eigen nog te kunnen wennen aan 't lauw windeke in 't paradijs. En natuurlijk vertelde hij dan

Sluiten