Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

756

TOONEEL-OVERZI0HT.

deering gewijd, enkel en omdat ze Hollanders waren of zijn. Zoowel in de kunst als in de politiek behoort chauvinisme streng te worden geweerd.

In stede van te trachten, een lesje te nemen aan de groote kunst, die buitenlandsche acteurs hier kwamen brengen, en er o. a. uit te leeren wat aan onze Hollandsche tooneelspeelkunst ontbreekt, vergenoegt men er zich mede, de onzinnige beschuldiging te lanceeren, dat de critiek en het publiek die buitenlandsche kunst alleen zoo mooi vindt.... ómdat zij buitenlandsch is, en nergens anders om!

Hier kwam nu weer Kathe Dorsch, de lievelinge van het Duitsche publiek, en dadelijk werd zij ook de lievelinge van het Hollandsche, maar haar buitenlandsche nationaliteit had daar niets mede te maken. En zij debuteerde nog wel met Die Flamme van Hans Muller, waarin niemand minder dan wijlen Greta Lobo-Braakensiek in Holland zulk een succes had behaald.

Voorzeker heeft Greta Braakensiek hier zeer schoone kwaliteiten in getoond, maar toch de Anna in dit stuk heeft,

zooals de schrijver haar zich gedacht heeft, eerst in levenden lijve voor mij gestaan, toen Kathe Dorsch zich in haar getransfigureerd had. (Het stuk is, hoor ik, voor haar geschreven, en zij is het, die het in Duitschland heeft gecreëerd.)

Deze Anna is namelijk niet het geraffineerde, perverse Freudenmadchen, waarop Greta Braakensiek zoo den nadruk legde, althans niet zóó uitsluitend, maar een natuurkind uit het volk, dat wèl den slechten weg is opgegaan, maar innerlijk toch dat natuurkind is gebleven, met geheel natuurlijke, spontane opwellingen en sentimenten en uitvallen en reacties. Hetgeen in haar innerlijk overweegt, en dus ook in haar uiterlijk naar voren komt, ondanks het feit, dat zij „eine Dirne" is geworden, is de eenvoudige naïeveteit en de aanminnigheid van het echt meisjesachtige . Dit is nu en dan wel vergrofd en bedorven door haar onreine leven, maar als, zooals in dit stuk, voor het eerst de echte liefde in haar ontwaakt, zal het in alle zuiverheid weer bovenkomen. Zóó heeft Kathe Dorsch terecht de psychologie van de rol aangevoeld, en wij kregen daarom een geheel andere Anna op het tooneel te zien dan wij tot-nu-toe gewoon waren.

Direct bij haar eerste optreden stond zij al, precies in het innerlijke wezen getroffen, voor ons, en zooals Kathe Dorsch, in het eigenaardige Weensche dialect aan haar vriendin het verhaal deed van haar ontmoeting met den jongen musicus en de woorden „o, ich hab' ihn doch so gern!" uitsprak, warm uit het hart van een natuur-meisje en niet van een Dirne ge-

Sluiten