Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KKONIEK.

765

men, een hart dat openbreekt, de oogen wijd geopend naar dat wonder, de handen dankbaar gevouwen voor de ontvangen genade. Een boek, dat de grijsheid van het aldagsleven verbreekt, zooals een frissche wind de loome nevels over het land verspreidt. Ja, over dit boek is de adem Gods gegaan, in ieder woord trilt nog na de gloed van het uitverkoren genie. Men heeft lust opeens meewarig de schouders op te halen over de doorwrochte zielsconflicten en uitgeplozen zielsproblemen van onze moderne romanliteratuur, want Panait Istrati stelt de menschelijke ziel in de glorie van het geloof en in haar diepste rampzaligheid met de vreugde en deernis van het al begrijpen en doorschouwen zoo gebeeld in de zware primitieve lijnen van oude prenten, die niets te vragen laten, dat voor het oog van den ontstelden lezer het klatergoud omhulsel der beschaving als stof in de ruimte vervliegt om dan enkel te laten de ziel in haar naaktheid, gekomen uit Gods handen, en door den duivel geschonden.

Zoo schrijven Zwervers alleen. De ongebondenen, die over de aarde dolen langs wegen, die niemand vermoedt. Zoo kunnen alleen zij schrijven, wier wezen de schroeihitte kende van donkere passies, wier fel doorworsteld lijden tot schoone openbaring werd, ja, zoo schrijven alleen zij, die in de smartelijke eenzaamheid van hun bestaan den wurggreep der vertwijfeling voelden vóór zij begenadigd werden door die groote verborgene Macht, die het leven der menschen beheerscht. De schildering van Oom Anghel, den rampzalige, wiens levensgang zwaarder was dan dien van Job, is van een genialiteit waarvan men in de wereldliteratuur moeilijk de weerga vinden zal. Anghel heeft z'n vrouw, z'n kinderen, z'n huis verloren en door zooveel rampen geslagen is hij, die eens meende het leven te kunnen beheerschen, een ellendig wrak geworden, door de wormen aangevreten, door den drank verteerd, maar dat toch verkommerd en verdwaasd van smart de zaligheid gewonnen heeft. En hoe! Dit zijn bladzijden, waarvan een wonderlijken dwang uitgaat, de schoonheid van het afstootelijke die beklemmend werkt, de erkenning van het wonder, de ont-

Sluiten