Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BR1BVEN AAN EEN VLIEGENIER.

Zij zal wel beter weten wat je noodig hebt, dan ik; maar ze schijnt niet zoo nederig, niet zoo zielig als ik.

Ik hoop maar, dat je gelukkig bent.

Maar wordt om haar niet roekeloozer hoor, mijn alles.

Er is maar één hart in de heele wereld, dat zoo voelt voor jou, lieveling, en ik heb een vast geloof, dat je ééns zult weten, hoe groot en onzelfzuchtig mijn liefde voor jou was.

Als je er maar nooit berouw over hebt. Wees er dan, als het te laat voor verdriet is, alleen maar heel dankbaar voor, want mijn liefde zal alles overwinnen. Ik bid voor je, en ben als altijd,

Je kleine wijfje BETTIE.

24 October.

Innig geliefde Tonny, het is voor mij zoo'n behoefte geworden, eiken dag een briefje te schrijven, dat het net is, alsof ik met je praat en ik je straks of wellicht morgen zal zien.

Weet je wel, dat we elkaar nooit geschreven hebben en dat de eenige correspondentie tusschen ons was, de telegrammen die je mij zond als je den overtocht had gemaakt.

Dat was in je grootboek ook al een folio geworden. „Telegrammen Bettie" stond er, en dat was het eerste wat ik van jou las.

Ik verwonderde mij altijd opnieuw over je kleine, kriebelige lettertjes, terwijl je toch zoo'n groote, sterke man bent. Maar er sprak ook weer zoo echt jouw lieve kinderlijkheid uit,, want je kon altijd zoo letten, juist op de kleine lieve dingen van het leven.

Weet je waar ik vandaag ineens weer aan dacht? Het is juist een jaar geleden, dat we op dat groote diner waren, weet je wel, al de vliegeniers waren er met hun dames en de burgemeester en nog allerlei autoriteiten. Jij stelde mij voor; „mijn vrouw", zei je en lachte dan net

Sluiten