Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDE DORPSFIGUKEN.

draven en hij heeft de nederlaag nimmer meer geleden. En wij pochten onder elkander dat we het toch bereikt hadden, maar waren gelukkig net verstandig genoeg het hem niet te zeggen.

VI.

Langs de dorpsschool liep een boengootje van kleine geelgrauwe straatsteentjes, wat zijn weg vervolgde voorbij de oude huisjes, om dan naast de kerkbrug plotseling hellend af te loopen. Wanneer nu de vrouwen des Zaterdags hun stoepje schrobden, dan was het daar een kleine waterval van vies zwart water, wat kletterend in de sloot viel.

Zoolang de school er was, werd dit gootje door de jongens als knikkergoot gebruikt, waardoor met groote stuiters gekogeld werd. Op het einde, waar het gootje zoo verraderlijk afliep, werd dan een klomp of pet gelegd om te voorkomen, dat de stuiters in de sloot zouden vliegen. Dit stuiteren ging zoo hartstochtelijk, dat het wel gebeurde, dat meester, die er bij te kijken stond, ook de schooltijd vergat. Ja, sommige jongens waren bazen in het raken en namen er soms drie achter elkaar. Hadden de anderen dan niet gauw genoeg gezegd: „niet te dubbelen!" (hetgeen bekend werd gemaakt door hun stuiter te bespeekselen) dan had zoo'n winnaar drie knikkertjes gewonnen in één slag. ... Maar ach! na zoo'n majestueus schot moest de stuiter zelf het dikwijls met den dood bekoopen en verdronk ie in de sloot, zonder zich te hebben gestoord aan de klomp, die als wering des onheils was opgesteld.

Dan holden de jongens nog wel op de kerkbrug en keken naar het water, waar een grooter wordend kringetje te rimpelplooien lag, maar het bleef bij kijken en wijzen, want niet één van de bewoners gaf zijn hark meer om een stuiter op te visschen. Geen wonder dus, dat, als eens per jaar de baggerman kwam baggeren, de jongens dan als vliegen rond een suikerpot cm hem heen stonden.

Maar in het kerkezakje werd Zondags een knoop gedaan en Maandags weid in het lappenwinkeltje een nieuwen stuiter uitgezocht. En dat ging maar niet zoo ineens. Neen,

Sluiten