Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN AAN EEN VLIEGENIER.

En ach, Tonny, dat beteekent allemaal zoo weinig, als je sterft denk je toch maar aan één.

Vroeger dacht ik altijd: ,,Als ik maar éénmaal in mijn leven heel veel van iemand gehouden heb, al is het maar voor één jaar, dan heb ik toch het allermooiste gehad,"

En nu heb ik vijf jaren boven alles liefgehad. En nu, wat is het nu nog! Wat hebben wij er beiden aan gehad! Ben jij er beter of slechter door geworden. Heb ik er iets mee bereikt? Heb ik jou, al was het dan maar één dag, gelukkig gemaakt?

Ik weet het niet meer, ik weet alleen, dat ik altijd het gevoel had alsof ik nutteloos voor je was, een ballast.

En heusch, ik heb werkelijk zoo mijn best gedaan, en ik hield zoo verschrikkelijk veel van je.

Lieveling, ik hoop dat je mij begrepen hebt en dat je nu, nu ik weg ben, alles zult zien en dan een klein beetje medelijden met mij zult hebben. Je was nooit bruut, je was altijd lief en zacht voor mij. Dikwijls was je stil en afgetrokken, dan sloot je je op in je studeerkamer en hoorde ik den geheelen dag niets. Ik wist dat je dan je artikelen voor „De Vliegwereld" en „De Constructeur" schreef. Ik maakte je lievelingskostjes klaar en als je dan aan tafel kwam was je zoo verstrooid, dat je niet eens wist wat je at. Drie dagen later zei je dan plotseling: „Hé, Bettie, weet je waar ik weer zoo'n trek in heb?" En dan noemde je alles op wat ik je in je verstrooide dagen voor gezet had. En dan jouw lief nadenkend gezicht als ik zei: „Maar liefste, dat heb je gisteren en eergisteren gegeten." „Hé, hoe komt dat, daar weet ik niets meer van," antwoordde jij en dan sloeg je jouw twee sterke armen om mij heen, tilde me van den grond en zei: „Jouw kleine Bettie, lief, zoet wijfje!" En 's middags aten we je lievelingskostjes.

Ach, arme, dat zal ik nu nooit meer hooren, nooit zal ik meer met mijn geheimzinnigste gezicht de oven open doen om naar de vruchtentaart te kijken.

Nooit zal ik jou meer hooren zeggen: „Die kip is listig Jekker."

En ook nooit zal ik meer de angst-dagen, die toch zalig-

Sluiten