Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door

H. L. VAN DER HORST.

(Slot.) VIII.

De twee jaren in het achterste lokaal waren omgegaan zonder dat we ons den tijd, die ging, erg bewust waren en weeral zaten we gereed met sponsendoos en griffelkoker om te verhuizen. Maar het gaf nu geen vrees, zooals den eersten keer van de juffrouw naar den meester, wellicht ook, omdat meester uit het middelste lokaal klein en mager was.

Neen, vrees gaf het niet en toch waren we allen stil, we voelden ons nu van onze vrijheid beroofd en al zou ik het toen niet onder woorden hebben kunnen brengen, we zagen in dit opperhoofd de man van ernst en wetenschap, terwijl onze meester het type Lebemann was in de goede beteekenis des woords. Maar we gingen, de een voor den ander en bij het verlaten van onzen besten meester, voelden we iets in onze keel, wat we maar gauw wegslikten.

Ik kwam vlak bij de deur te zitten en inspecteerde dadelijk mijn nieuwe bank. Net wilde ik mijn spulletjes in 't kastje

Sluiten