Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDE DORPSFIGURËN.

vond van dien anderen meester, dat ie na schooltijd wel eens een fleschje bier ging drinken in het winkeltje om den hoek, of zomersavonds in zijn overhemdsmouwen met den visscher en den kluizenaar een babbeltje te maken stond, waarin meer gezwegen werd dan gepraat.

Dan was het zoo stil op den dorpsweg, zoo vreemd avondstil, dat je niet begreep, waar het getier van de schoolj ongens gebleven was.... Meester rookte dan heel bedaardjes zijn pijpje, terwijl de andere twee tevreden te pruimkouwen stonden. Af en toe keken ze eens naar de lucht, waarin de roode zon zich langzaam achter den scheeven toren omlaag liet zakken.

XI.

De eenige overeenkomst tusschen de meesters moge dan zijn geweest, dat ze beiden „Meester" genoemd werden, maar dan toch ook, dat het beiden goede menschen waren. De bovenmeester vooral maatschappelijk, want hem zag je 's avonds nooit op straat en wanneer dit bij uitzondering toch gebeurde, dan moest ie naar een vergadering of zijn krantje bij den dominee halen. De Woensdagavond was voor hem geschapen, om zijn geduld nog eens extra voor mij op den proef te stellen.

Dan kwamen mijn broer en ik bij hem Fransche les halen en zat ie altijd al een kwartiertje van te voren ongeduldig te wachten, rookende uit zijn Gouwenaar en gezeten op het lage bordtrapje in den lichtkegel van de petroleumlamp. Zoolang zijn auditorium, toch nog niet aanwezig, buiten op den donkeren dorpsweg aan het wegkruipertje spelen was, brandde deze lamp nog maar met lage vlam. Doch als eindelijk het plichtsgevoel ons de school deed vinden, dan werd de lamp dadelijk opgedraaid, om den verloren tijd weer in te halen.

Aan ons was de keus, wiens les het eerst overhoord zou worden, want we hadden ieder afzonderlijk les, omdat mijn broer een boekje verder was. En meestal hadden we van te voren afgesproken, dat ik maar de laatste beurt zou x 3

Sluiten