Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDK DORPSFIGUKKN".

ruitje brak een stilte, dan: „Welja! Welja!

toe maar! breek den boel maar af!"

Meester bleef in de deuropening staan, we moesten allemaal in het lokaal komen en hij gaf hier een duw en daar een mep, zooals dat zoo'n beetje uit kwam naar zijn

idee We hadden juist het eerste half uur zangles

Dan nam meester het stemvork} e en deed „Tu! tu! tu! lu! en de zangles begon met het beroemde wijsje van „Daar gaan de jagers jagen, tralala, tralala!", tweestemmig door ons gezongen.

Maar niemand scheen gesticht tot zingen Het ging

dit keer dan ook al zeer slecht, doch meester scheen het niet te willen hooren en de narigheid maar met zang te willen verdooven, zoo dapper bleef ie de maat slaan. En als het geluid weg dreigde te sterven, viel ie zelf helpend in: „tralala, tralala!" en spoorde hij aan „toe Piet! toe

Krelis!" Doch toen ie het met al zijn inspanning toch

niet ophalen kon, klopte hij driftig af, slaande met zijn stokje op den lezenaar, zooals een dirigent een generale repetitie afklopt. Enkelen lijzigden machinaal nog wat door, dan kwam het wanhopig:

„Ja Piet! ja Krelis! als jelui me nu ook in den steek

laten, kan ik de tweede stem wel in de kast trappen

Hè! wat een dankbaar werk wat een dankbaar vak heb

ik, te mogen staan voor een Uilentroep! voor een

Uilentroep ! ! Een timmerman kan zeggen: kijk, hier

staat mijn stoel, hier staat mijn tafel, die ik gemaakt heb. ..

Maar ik, wat kan ik zeggen? ! ! Ik kan zeggen: kijk

menschen, kijk! Daar zit nu mijn Uilentroep!"

XII.

Ik geloof, dat wij op dat oogenblik van spontane intimiteit meer het dramatische dan het komische van het geval voelden en na deze gemoedsuitstorting wist je allen, dat de ongeluksdag nu geëindigd was. De donkere hoek, waar het gevaar zoolang op elkaar gestapeld gezeten had, was plotseling leeg. En je wist nu ook, dat het zonnetje weer aan-

Sluiten