Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK DER DICHTKUNST

door

JAN R. TH. CAMPERT.

Henrik Scholte.

Bij het opnemen van deze „Kroniek der Dichtkunst" kan ik niet nalaten een woord van waardeering uit te spreken voor de nauwgezette, heldere, indringende wijze waarop mijn voorganger, Henrik Scholte, elke maand in dit tijdschrift de verschillende verschijnselen op het gebied der poëzie vermocht te analyseeren en méér : deze te zien in hun geordend verband. Het valt niet te betwijfelen of zijn rake beschouwingen zijn voor velen een leid-draad geweest in den doolhof onzer jonge dichtkunst en hebben aldus het hunne er toe bijgedragen belangstelling te wekken, waar deze verdiend was. *)

L

A. DEN DOOLAARD.

In den — ook van onkruid — goed voorzienen hof onzer Nederlandsche dichtkunst valt sinds eenigen tijd een nieuwe aanwinst te bespeuren. Tusschen Buning's donkere rozen, Nijhoff's orchideeën, Holst's breede, waaiende varens, naast Bloem's schuwe, teedere violen, Marsman's leliën, die aan-

*) Bij deze waardeerende woorden sluiten wij ons gaarne aan. De heer Scholte kon zijn „Kronieken" in „Nederland" niet meer vervolgen door gebrek aan tijd, een beslissing, welke wij, al is het met groot leedwezen, moesten eerbiedigen. — Red.

Sluiten