Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL OVERZICHT.

Fie Carelsen heeft, en terecht, een succes te boeken in dit amusante transformatiestuk, al is het er niet een van zeer hooge orde.

In Savoir's stuk zien we bij een bon-vivant, die telefonisch een mooie dame heeft opgeroepen, die hij in stilte reeds lang aanbad, een foei-leelijke telefoonjuffrouw verschijnen met een lispelend spraakgebrek, die hem belijdt, hem lief te hebben met een wanhopige telefoonliefde, maar tegelijk, om hem uit zijn schuldennood te redden, een schatrijke vrouw voor hem zoekt. In de 2e acte wordt de leelijke telefoonjuf er onbarmhartig tusschen genomen door den inmiddels een jaar reeds getrouwden Lebemann en zijn gasten, maar het goede hart van dezen bon-vivant, getroffen door de roerende goedheid van het telefoonhart, doet het blijspel aan 't slot dier acte een zeer ernstig tragisch tintje krijgen, tot opeens in de slotacte blijkt dat de leelijke, spraakgebrekkige telefoonjuf een charmante, smart gekleede, séduisante, en normaal sprekende getrouwde vrouw is, een romancière, die zich alleen maar als die telefoniste had vermomd, om voldoende stof voor een roman te krijgen.

Vera Bondam, als deze lispelende juf, imiteerde hier Buziau zóó verbluffend en bedriegelijk, dat zij bijna den eere-titel vrouwelijke Buziau zou verdienen, en zoo bleek ook déze actrice een transformatie-specialiteit en tegelijk imitatiespecialiteit, van wie schrijvers van dergelijke stukken plezier kunnen beleven.

Het Vereenigd Tooneel, dat Savoir's stuk opvoerde, heeft ons tevens een klassiek ouderwetsche Harlekijnade van Goldoni gebracht, „De Knecht van twee Meesters", door Joh. Kaart Jr. als de Harlekijn-achtige knecht zóó vol vis comica van de beste soort gespeeld, dat het publiek er onbevangen en argeloos als een troep kinderen van heeft zitten genieten.

Een evenement op tooneelgebied heb ik hooren noemen de opvoering van Maeterlinck's „De Blauwe Vogel van het Geluk", door Het Ver. Tooneel. In zekeren zin was deze ook een evenement, namelijk in uiterlijken zin, maar de innerlijke zin heeft de regie bijna geheel verloren doen gaan. De beste critiek op deze voorstelling, maar die juist niet als critiek bedoeld was, hoorde ik een dame in den foyer geven, namelijk in het woordje „snoezig", dat zij er voor gebruikte. Inderdaad, „snoezig" was het. De weinigen, die den diepen filosofischen zin van Maeterlinck's „1'Oiseau Bleu" hebben begrepen en gevoeld, weten echter wel, dat hij er allesbehalve iets „snoezigs" mede bedoeld heeft. Er was veel zorg besteed aan de „Ausstattung", met mooie prentjes van Rie Cramer op het tooneel, er waren wat banaal charmante balletten, er was voor muziek gezorgd (niet

Sluiten