Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1096

HET GYMNASIUM.

loop laten en zich er mee vergenoegen, den Jood te plagen met een week extra-pan.

Nu wordt het trappelen, hoer a-roepen en jouwen onder de les van den Jood uitgebreid tot na schooltijd. Ze volgen hem en brengen hem met geschreeuw en gefluit tot aan den hoek van het plein. Ook koopen ze den draaiorgelman om, om juist onder het Latijn voor 't gymnasium te spelen en ze geven den Rat een halven stuiver, als hij onder de vensters van het lokaal zijn liedjes wil venten en ze met luider stem aanprijst: „Leest, burgers, leest, de verschrikkelijke historie al van...."

Willem krijgt toch eigenlijk wel medelijden, als hij na schooltijd het nietige ventje in zijn slobberige broek en zakkerige jas daar zoo goor en groen naar huis ziet stappen, gebogen onder zijn hoogen hoed en gevolgd door de kreten der jongens.

Hoe zal de Jood het thuis hebben? Er gaat een lasterpraatje, dat hij herrie heeft gekregen, omdat hij ,,'t met de meid houdt." Zou de Jood zelf weten, dat ze dit van hem zeggen? Als 't eens niet waar was? Dan was het toch verschrikkelijk. Willem voelt aandrang om het den Jood te vertellen, dan weet deze tenminste, waar hij aan toe is, en dan zal hij zich tegen den laster kunnen verdedigen. Herhaaldelijk probeert Willem, hem er over aan te spreken, maar als 't er aan toe is, durft hij weer niet. Zal hij bij den Jood aan huis aanbellen? Zal hij hem een brief schrijven ? Het zit hem zoo hoog, dat hij er 's nachts niet van slaapt.

Hij is door de gedachte aan het onrecht, dat de Jood misschien lijdt, eensklaps vriendelijk jegens hem gestemd en tracht het pan-maken zooveel mogelijk tegen te gaan. Maar als de Jood, die de andere jongens niet aandurft, zijn booze bui wreekt op het Schaapje met het Blauwe Lintje, en het teere knaapje zoo uitdondert, dat het gaat schreien, vindt Willem dit weer zoo min, dat hij het luidste mee trappelt en het hardste hoera roept.

(Wordt vervolgd).

Sluiten