Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OOST-AZIATISCHE KUNST.

1133

zijn de beelden geplaatst op alle vier windstreken, die Wairocana, den Heer van het Zenith, representeeren. Zijn moedra vertoont groote overeenkomst met de handhouding van den Boeddha van het vierde type. 't Eenige onderscheid bestaat hierin, dat de vingers nu niet alle zijn gestrekt, maar het naar elkaar toebuigen van duim en wijsvinger vertoonen, zoodat de toppen elkaar raken. Dit is de witarka-moedra, die het gebaar vertolkt van een prediker, die zijn betoog bekrachtigt door zijn nadrukkelijke vinger stelling.

Nog hooger stijgend en de drie ronde terrassen betredend, ziet men in de twee en zeventig klokken, waarvan de ronde wand uit vier banden met ruitvormige openingen bestaat en die op een breeden lotusvoet zijn geplaatst, Boeddha's van het zesde type: Wajrasattwa. Deze zesde DhyaniBoeddha heeft de merkwaardige handhouding, die in 't vijitallig stelsel der Wijsheidsboeddha's Wairocana kenmerkt. Het is de dharmacakra-moedra. In der tijden gang heeft ook op Java, evenals in de andere deelen der Boeddhistische wereld, het systeem van zes Dhyani-Boeddha's plaats moeten maken voor dat van vijf en uit de literatuur blijkt, dat Wairocana de plaats innam van Wajrasattwa. Diens moedra komt o. m. ook voor bij de Prajnaparamita en het Cakyamoeni-beeld van den Mendoet. Beide handen zijn voor het lichaam geheven. Dit is reeds een groot verschil in vergelijking met de lager geplaatste beelden, waarbij de linkerhand onbewogen in den schoot blijft rusten. Blijkbaar is de ziel van den Boeddha de gebieden der overpeinzing doorgeschreden en kan zij, na de bereiking van het Nirwana en het verkrijgen der Alwetendheid, door onderwijzing haar heil brengen aan den mensch, die tot haar is opgeklommen in de eenzaamheden der terrassen, waar niets meer herinnert aan haar strijd en aardsch bestaan, gelijk dat bij de gaanderij-Boeddha's het geval is in het beeldhouwwerk der reliëfs : „aan den voet van het monument vindt men afgebeeld, hoe alle goede en slechte daden hun gevolgen hebben in hellen, hemels en latere bestaansvormen ; zoo wordt een indruk gegeven van den troosteloozen

Sluiten