Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1136

OOST-AZIATISCHE KUNST.

van kuische schoonheid, 't Is de openbaring van zieleloutering. Het heeft iets onuitsprekelijk gelukkigs, dat altijd weer blij stemt. Kennis der systemen en stelsels, noch de wetenschap der attributen en moedra's voert ons binnen de wijde rust en zachte schijning dezer tempelkunst. Zij is geworden uit het gebed. In meditatie wil de religieuze stemming van het Boeddhabeeld worden beleefd.

Opmerking : In de spelling der Sanskrit-namen heb ik mij in hoofdzaak gehouden aan die van Albert Grünwedel in zijn werk „Mythologie des Buddhismus in Tibet und der Mongolei", Leipzig, F. A. Brockhaus, 1900. Daar de naam „Boeddha" ons eigen is geworden, behield ik daarin overal de Hollandsche ,,oe" en, in analogie daarmee, ook in de andere namen met dien klank. De ,,v" verving ik overal door een „w", omdat zóó de uitspraak is; dus Weda's, Nirwana enz. Hieraan zij toegevoegd, dat voor de volgende letters de daarbij geplaatste uitspraak geldt : c tsj ; j dzj ; c sj. Dus Wairocana wordt Wairötsjana ; Prajnaparamita. Pradzjfiaparamita, enz.

Aan Prof. Dr. M. W. de Visser betuig ik mijn erkentelijkheid voor zijn doorzien van de drukproef, waardoor eenige onjuistheden werden verbeterd, en voor zijn aanwijzingen betreffende de spelling der vreemde woorden.

De directeur L. D. Petit van het maandschrift Nederl. Indië Oud en Nieuw, dat in prachtige reproducties sinds eenige jaren reeds getuigt van de schoonheid der OostAziatische kunst, stelde welwillend ter beschikking de clichés van afb. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 9; de Kon. Kunstz. Kleykamp die van afb. 8 en 10, welke voorkomen in het werk Oud-Chineesche Kunst door A. J. Kleykamp, Wer. Bibl. 1923. Beiden zeggen wij daarvoor dank.

Afb. 9 is naar een foto van den heer J. P. A. Huysers te Den Haag, die erin slaagde, het verhevene en toch zoo innig menschelijke van dit stille Boeddhagelaat weer te geven. A. H.

Sluiten