Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

1145

Maria, want Naatje mist eenige lichaamsdeelen, ik meen een arm en een been en kan dus moeilijker Siempie missen. Vader is reeds op weg. Hij zal zijn vrouw en dochter daarginds afhalen en zoo rijdt Siempie op de knie van Oom Jaap, met haar arm om Naatje van 't Klaphek, in een rijtuig naar het station. Over haar Moeder en Opoe. Moeder ziet doodsbleek, Opoe met haar hoed scheef, huilt in haar ,,odeklonje zakdoek" en houdt Siempie's hand vast en Siempie probeert flink te blijven, want dat heeft ze Vader op handslag belooft, 't Gaat ook best. Het park, de straat, al wat er te zien valt, geeft afleiding en dan komen ze aan het station; de trein staat klaar. Ze komen in een prachtige coupé — 't raampje wordt neergeschoven en ze praten met Opoe en Oom Jaap. Maar dan is het tijd. Siempie mag er nog even uit om Opoe „gedag te zeggen". Dat is het gevaarlijkste oogenblik. Zij slaat de armen om Opoe's hals, begint te huilen.

,,Ik wil hier blijven !"

Oom Jaap brengt haar terug in de coupé, maar Siempie huilt als een kind van even vier: „Ik wil er uit, ik wil.... ik wil!" dan „me zakdoek, geef me zakdoek!" Ze schaamt zich, maar ze kan niet uitscheiden, ze begrijpt niet dat ze 't zelf is en dan zet de trein zich in beweging. Oom Jaap loopt mee, drukt de handen van Moeder en Siempie, op 't laatst holt-ie, maar eindelijk gaat de trein te hard, dan blijft hij hijgend staan, en :

„Dan is Opoe al heelemaal in de verte en wuift met haar witten zakdoek. Moe en Siempie wuiven terug en uit alle coupés wuiven menschen...."

„En daar staat Opoe heel ver al, klein, oud vrouwtje in 't zwart. Haar groote witte zakdoek wappert. Daar Moe, ik zie d'r nog...."

Josine Reuling's eerste boek is een geesteskind, waaraan zij zelf een groote verplichting heeft. Zij kan daar alleen aan voldoen, wanneer de argeloosheid en zuiverheid, waar-

Sluiten