Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HONDJE

zij gevoelde, dat het hoogste, wat zij zich wenschen kon, weldra vervuld zou worden, dat zij eindelijk uit al de warnissen, die haar gevangen hielden, was losgeraakt, dat zij haar voeten had gezet op den weg, die haar voldoening, geluk kon schenken, omdat hij haar een doel aanwees en tegelijk anderen tot heil was.

Zij was niet langer een zoekende; zij had gevonden.

Haar toekomstdroomen waren vaag; zij zag nog geen enkele lijn in het groote vlak van licht, waarop zij staarde.

Zij leefde in een wonderlijke mengeling van werkelijkheid en droomen.

Soms zag zij als werkelijkheid, wat alleen nog maar in haar droomen bestond. Soms ook vergat zij in haar droomen, dat een deel daarvan reeds werkelijkheid geworden was.

Zij kon geen bepaalde vormen geven aan wat haar gedachten uitsponnen en zij kon evenmin, wat werkelijkheid geworden was, in haar gedachten binnen de juiste grenzen houden.

Maar zij gevoelde zich heel gelukkig en zij toonde dat ook in het gewone, dagelijksche leven, dat zij apart van haar zieleleven leidde.

Zij was opgewekter dan zij in langen tijd was geweest; zij vervulde al haar plichtjes met ongekende toewijding, haar hart klopte weer met grooter warmte voor haar man en zij was er voortdurend op uit, om met de grootste nauwgezetheid alles te doen, zooals hij het wenschte en zijn leven zoo aangenaam mogelijk te maken.

Zij had dat altijd gedaan, maar anders, plichtmatiger, niet, zooals nu, uit vollen drang van haar hart, dat, zelf gelukkig, ook anderen gelukkig wilde zien en in alles tegemoetkomen.

Eiken dag opnieuw verbaasde zij zich over den physieken vooruitgang van haar patiënt. Zijn eetlust keerde terug; hij won dagelijks in kracht en gewicht. De donkere kringen, die zijn oogen zoo hol hadden doen schijnen, verdwe-

Sluiten