Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HONDJE

nen, de slappe plooien om zijn mond trokken weg; zijn handen verloren het skeletachtige, dat haar bij haar eerste bezoek even had doen griezelen. Zijn verzwakte beenen herwonnen hun vroegere veerkracht; zijn stem klonk helderder en zijn lach herinnerde soms even aan het zorgeloos-blije geschater uit zijn jongensjaren.

Zij was het, die hem op zijn eerste, korte wandeling in het park vergezelde; met haar besprak hij de mogelijkheid, om spoedig zijn werk te hervatten. Zij sprak hem niet tegen, overtuigd, dat werken hem niet kon schaden, als hij er zelf naar verlangde.

„Maar denk eraan, dat ik ü nog niet missen kan!" zei hij half-lachend, half-ernstig, toen zij den datum van zijn weder-indiensttreding hadden vastgesteld, hij op den divan uitrustend van een wandeling, zij dicht naast hem zittend.

„Kom!" weerde zij af. „Dat is onzin! Inbeelding! Als je mij morgen niet zag, en nooit meer, zou dat je spijten, maar met je gezondheid heeft het niets te maken!"

„Is dat een dreigement?"

„Weineen, maar je moet toch wennen aan die gedachte!"

„O, dat heb ik al gedaan! Maar ik had mij voorgesteld, dat u mij trouw zou blijven, zoolang ik nog zoo'n beetje de allures van een patiënt heb. Toe, beloof mij dat! Dan ben ik gerust! Dan kan mij niets meer gebeuren! Anders sta ik er niet voor in!"

„Goed! Ik beloof je, dat ik deze heele week nog bij je op ziekenbezoek zal komen. Maar dan is het uit, hoor! Je weet, dat ik altijd mijn beloften houd en dus....!"

„Afgesproken, mijn lieve, heilige Caecilia!"

„Wat beteekent dat nu weer?"

„O, daar lijkt u op! Als u stil voor u uit zit te kijken, bent u precies de heilige Caecilia, die een goddelijke inspiratie op zich aan voelt zweven!"

„Malle jongen!" lachte zij.

Hij greep haar hand en bracht die aan zijn lippen; met haar andere hand streelde zij moederlijk-zacht zijn haar.

Zij schrikte even, toen zij plotseling de stem van haar man hoorde. Ongemerkt door hen beiden, was hij met

Sluiten