Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HONDJE

derde haar, dat zijn gestalte zich niet terstond als een massieve, donkere schaduw had afgeteekend op het vlak van glanzend licht, dat haar had toegestraald.

En zij dacht terug aan andere onvervuld gebleven droomen, een onvervuld blijven, dat haar nooit belet had, na iedere teleurstelling dadelijk weer nieuwe luchtkasteelen op te bouwen.

Maar haar vroegere droomen hadden zich nooit zoo zonderling met de werkelijkheid gemengd. Die waren rustig in hun eigen domein gebleven. Terwijl deze zoowel met haar uiterlijk als met haar innerlijk leven te maken had gehad.

Haar fout was geweest, dat zij het gevaar daarvan niet had ingezien, dat zij getracht had, twee onvereenigbare dingen tot één geheel te maken.

„Zijn mijn droomen en illusies mij dan tenslotte voldoende?" vroeg zij zich af. „Komt het er eigenlijk niet op aan, of ze vervuld worden of niet? Als ik maar droomen kan? Heeft Gerard dan toch gelijk, als hij mij overspannen noemt? Een vrouw met onwezenlijke ideeën?....

Hoe is het mogelijk, dat hij daar nu zoo kalm ligt te slapen? Zou hij werkelijk onverschillig zijn voor het verschrikkelijke van den toestand? Of houdt hij zich maar zoo? Ik wou Maar neen, ik kan Hugo niet teleurstellen! En ik wil mijn belofte niet breken!"....

Op den avond van den dag, waarop zij van den genezen patiënt afscheid genomen had, smeekte zij haar man, die zich tot uitgaan gereedmaakte:

„Gerard, wil je asjeblieft nog even thuisblijven en naar mij luisteren?"

Haar nederige toon trof hem.

„Wat is er dan?" vroeg hij.

„Ga eerst weer zitten!"

„Goed. Ik luister."

„Laat alles weer zijn zooals vroeger! Het kan toch zóó

Sluiten