Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HONDJE

niet blijven! Ik kan het niet uithouden! Ik zal niets, niets meer doen, wat je niet goed vindt!"

„Ook geen Madame Coué meer spelen?"

„Neen."

„Hoe komt dat zoo? En je lieve Hugo dan?"

„Die is beter!"

„Ah!"

„Toe, Gerard, begrijp dan toch, dat ik mijn bezoeken niet opeens kon staken! Ik had den jongen zoo vast beloofd, te blijven komen, tot hij weer aan het werk ging! Als ik hem teleurgesteld had, was hij misschien weer ingestort! En ik kon toch ook niet zeggen: ,,Ik mag niet meer van mijn man!" Dan zou jij natuurlijk een bespottelijk figuur geslagen hebben! En daar ben je juist zoo bang voor!"

„Ja, nu geef je toe! Nu je eerst je zin doorgedreven hebt! Je hebt precies gedaan, wat je wou! En nu het je past, moet ik maar dadelijk klaar staan met vergeven en vergeten!"

„Ik zal je nooit opnieuw ergernis geven! Heusch niet!" „Je bent dus toch nog wel op mij gesteld, al ben ik maar zoo'n minderwaardig wezen!" „Dat heb ik nooit gezegd!" „Maar gedacht!"

„Toe, blijf nu bij dit ééne! Natuurlijk ben ik op je gesteld! En jij toch ook wel op mij! Of niet?"

„Ja, zeker! Maar je bedenkt toch wel weer wat anders, als dit nu weer wat overgewaaid is!"

„Neen, neen, heusch niet! Ik heb nu leergeld betaald! Ik zal niets meer doen, wat jou niet aanstaat. Daar kun je op rekenen! Wees nu maar weer goed op mij!"

Hij weifelde.

Hij wilde niets liever, dan dat deze onaangename zaak weer afgedaan was.

Hij was inderdaad op zijn vrouw gesteld, op haar schoonheid, haar elegance, haar distinctie, op de wijze, waarop zij zijn huishouding bestuurde en op de onderworpenheid aan zijn wil, die zij ditmaal verloochend had met een energie, waarover hij zich verbaasde. Hij sloeg

Sluiten