Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

's avonds niet verschenen, dan zijn alle betrekkingen tusschen ons afgebroken. Vaarwel!

Maria.

Een blinde woede pakte den schilder, nadat hij den brief gelezen had. De onbeschaamde inhoud herinnerde hem aan alle vernederingen, die hij eenmaal van deze vrouw ondervinden moest. Nog hoorde hij den sarrenden lach, waarmede zij indertijd zijn schilderijen hoonde, zoodat hij tenslotte zichzelf vergat en in razende drift haar lichaam omarmde. Nog hoorde hij den spottenden klank harer stem, toen zij voor de eerste maal zijn echtelijke woning betrad en de aanwezigen begroette. En pijnlijk snerpte in zijn ooren de schrille kreet, waarmee zij dien laatsten nacht zich aan zijn voeten wierp, terwijl daarboven stil en heimelijk een mensch werd vermoord. Indien er sprake was van schuld, dan wist hij zich schuldig tegenover een ander, wier naam te edel was om door zijn lippen te worden uitgesproken. Maar deze hetaere! — wat verdiende zij anders dan het loon harer zonden? Een ultimatum durfde zij sturen! Een eisch om de geleden schade te vergoeden! Welaan, hij zou niet nalaten den oproep persoonlijk te beantwoorden. Hij zou haar vertellen, dat een wezen, zooals zij, nergens ter wereld beter aarden kon dan in een twijfelachtig pension, waar men gemeubileerde kamers verhuurde. Hij zou

IJlings stond hij op en greep zijn hoed. Later, telkens wanneer hij terugdacht aan deze beslissende oogenblikken, was er altijd een zonderlinge leegte, die zijn geheugen niet aanvullen kon. In welken toestand hij zijn atelier verliet en hoe hij Maastricht bereikte, hij wist het niet meer. Er bleef hem een vage herinnering bij, dat hij in een nauw en donker slop met een politie-agent stond te praten, die hem achterdochtige blikken toewierp. Overigens kon hij zich niets te binnen brengen. Het was, of alle gebeurtenissen door een dikken, ondoordringbaren nevel waren verhuld, en hij werd zich eerst nauwkeurig van de dingen

Sluiten