Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENGELSCHE BOEKEN VAN HEDEN

verhouding tot Frankrijk was natuurlijk zeer slecht en zij werd rog veel slechter door de praktijken van den Franschen consulgeneraal te Berlijn. Hij schijnt achter de schermen gewerkt te hebben in het zaaien van tweedracht tusschen Beieren en Pruisen, in het ophitsen van de separatisten en hij deed dit alles met het oogmerk, als belooning voor zijn diensten een gezantschapspost te krijgen. Met zeer veel tact schijnt Dr. Hummel, de president van Baden, te zijn opgetreden en aan hem is het Duitsche Rijk veel dank verschuldigd. Intusschen viel de mark en alle mogelijke experts werden naar Berlijn geroepen, o.a. Vissering, voor wien d'Abernon niet veel bewondering heeft. Er kwam een conferentie in Londen en kort daarop weer een te Parijs, maar de mark daalde maar door. Frankrijk drong voortdurend op betalen aan en ten slotte kwam Duitschland met een aanbod voor den dag; de »Temps«, die er wel van op de hoogte was dat er in Duitschland niets gebeurde, waarin d'Abernon niet was gekend, kwam met een hoofdartikel, waarin Cuno's onderdanigheid aan Engeland werd gehekeld en noemde dit »His Master's Voice«, en die «master» was natuurlijk dAbernon. Ten slotte kwam de sterke man, dien Duitschland noodig had en de politieke loopbaan van dien man, die helaas zoo vroeg aan zijn land is ontvallen, Stresemann, is wel een der belangrijkste hoofdstukken van dit boek, waarin een appendix ons de inflatie van die dagen in herinnering brengt en de factoren aangeeft, welke daartoe leidden. Wat wel het meest verwonderlijke daarvan is? Dit, dat wij niet kunnen gelooven, dat dit tijdperk slechts zes jaar achter ons ligt en dat Duitschland zich in die korte jaren zoodanig heeft kunnen herstellen. Hoe het met dat herstel ging, zal'dAbernon in het laatste deel uiteenzetten.

Sir Hugh Clifford's »Bush Wacking« (Heinemann, 10 shilling 6 pence) geeft weliswaar te veel verhalen over Malaya, over de Straits, dan dat men het in eigenlijken zin als biografie zou kunnen betitelen, maar Clifford heeft zoovele persoonlijke ervaringen ingeweven, dat het beter in deze rubriek thuis hoort. Wie belang stelt in de Oost zal dit boek met genoegen ter hand nemen, want de bewoners van dat schiereiland hebben veel gemeen met die van ons Insulinde. Vol humor vertelt de schrijver van de jaren, welke hij aan een van de inlanasche hoven doorbracht, toen hij moest toezien dat de vorst, wien hij was toegevoegd, geen al te groote dwaasheden beging. Hij heeft echter niet kunnen verhinderen dat deze radjah, toen hij het erg warm kreeg, in de bassins van Penang's waterleiding een bad nam! Een der schetsen handelt over olifanten en doet ons denken aan die meesterlijke natuurfilm »Chang«, die hier te lande voor volle zalen werd afgedraaid. Ook het leven der singkehs in de tinmij-

Sluiten