Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLIER BLOEIT

zich, nu Elsie niet kwam vandaag, en schoof meteen het bleeke ronde brood op het witgeschuurde tafelblad. Terwijl hij handig als een vrouw de dunne plakken afsneed en boterde, bleven zijn gepeinzen even rond haar waren, het ongewone van haar hier niet te zien op een Zaterdagmiddag, en of ze aan zijn telegram zou gelooven.... En kijkend door de half-open deur naar den armstoel bij het venstertje in het woonvertrek, was het hem een oogenblik als zat ze daar, starend naar hem door haar schildpadomrande brilleglazen. Wrevelig schokte hij de schouders, dit week-einde kwam ze vast niet, de bus van tweeën, die zc altijd nam, was trouwens al lang voorbij!

Terwijl hij dorstig de slappe thee dronk, dwaalden telkens zijn blikken naar het klokje op den schoorsteenmantel. Over een uur kon Tono op den heuvel zijn. Ze zou hem niet teleurstellen, ze rekende erop dat hij had geschreven; dus dat Elsie niet kwam.... Een hitte steeg in hem op, hij schoof den leegen kop van zich af, bette zich het voorhoofd met zijn zakdoek. Het was ontzettend warm! Weer voor een onweersbui.

Al probeerde hij dadelijk er niet aan toe te geven, meteen bleef die gedachte hem kwellend bij. Hij verachtte er zichzelf om, toch vermocht hij niet weg te drijven die bijna dierlijke vrees voor een donderstorm. Als zoo vaak vervloekte hij bitter den rampzaligen oorlog, de shellshock, die voor lange jaren hem van een gezonden jongen man had gemaakt tot een zenuwzwak wrak. En hoewel hij thans weer normaal scheen, altijd hing daar dreigend boven hem die wreede angst voor plotselinge en heftige geluiden....

Met gebogen hoofd broedend over zijn onaangeroerd bord, liet hij vrij zijn geest wroeten in dat verleden, dat hij soms vergeten waande, werkelijk vergeten had deze laatste zalige weken met Tono. Daar verhief zich weer het grauwsteenen gebouw tegen den achtergrond van beukenbosschen, het tijdelijk tehuis voor jonge officieren lijdend aan dien oorlogswaanzien: shellshock. Hij zag zich gaan tusschen de anderen, oogenschijnlijk levend het geregelde welgeordende bestaan van gewone jonge mannen. Tot eens-

Sluiten