Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLIER BLOEIT

— En morgen?

— Morgen had ik weer gewacht, tot de laatste bus. Maar je bent er gelukkig!

Ze kwam naast hem staan, stak haar arm door den zijne en leunde aanhalig haar hoofd tegen zijn schouder. David moest ineens denken aan een plaat, die hij had gezien in een winkel en die «Eindelijk alleen« heette. Een jong paar stond er dicht tegen elkaar aan, ingesponnen door paarlemoeren avondschemer, die geheimzinnig binnenzeefde door open balcondeuren, waarachter palmen vervaagden, een

groene droomen-zee. Hij peinsde: ze zou hier gewacht

hebben.... Ze zou gewacht hebben tot in alle eeuwigheid! Hij dacht aan Tono; het maakte hem razend. Elsie's warmte te voelen tegen zijn arm. Met moeite bedwong hij een opwelling om haar van zich af te slingeren; ingehouden vroeg hij:

— Wordt het geen tijd je kamer te bespreken in »Het blauwe Anker«?

— O, nog niet, Davie, prevelde ze. Er komt een onweersbui, ik ben bang voor onweer. —

— Het is enkel zomerweerlicht, zei hij tegen beter weten in, en zag daar buiten een violette flikkering opblinken en vergaan, sneller dan zijn woorden.

— Nee-nee, weerde ze, zich dichter tegen hem aandrukkend, — hoor, het rommelt al! het is niet veraf. We zouden juist halverwege zijn als het losbarstte....

Hij haatte haar om die vrees. Want eensklaps ontwaakte daar ook in hem het angstbeest. Het stond achter hem in de kamer, grauw in de vale schemering, tastend, graaiend naar hem als een blinde demon van waanzin en duisternis. David Brent besefte dat hij al zijn krachten moest inspannen om het van zich af te houden, om kalm te blijven, zoodat hij met haar de dingen kon bespreken en tot klaarheid brengen vóór den morgen.... Hij schoof haar niet al te zacht van zich af, iets mompelend van »beter het licht aan te steken«.

Het petroleumlampje gaf een rossigen gloed, die de broeierige warmte nog voelbaarder maakte. Eer hij met een

Sluiten