Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEZETEN HUIS

door mij in haar kamer te laten opsluiten en zich daar onbewegelijk te houden tot het zaakje hier is opgeknapt. De beide oude heeren bewaken intusschen van dezen kant de torenkamer. En ik zal zoo vrij zijn, mezelf in de torenkamer op te sluiten.

BUURMAN: 't Is vijf minuten vóór middernacht.

INSPECTEUR: Ik zie glazen op tafel staan, die er straks niet stonden. Voorbeeld van waarnemingsvermogen. Den wijn had ik al bij den schouw zien staan.

KLEINDOCHTER: Ik had den heeren juist willen inschenken.

(Freule Van Bronckhorst schenkt de glazen in. De inspecteur is de eenige, die zijn glas in één teug naar binnen wipt.

De grootvader heeft zijn kleindochter naar haar kamer geleid. De inspecteur sluit zorgvuldig de deur achter haar en legt den sleutel op tafel; daarna stapt hij naar den achtergrond, opent met moeite de dubbele deur en sluit ze met roestig slotgeknars achter zich.)

BUURMAN (zijn glas opheffend): Op »De Parel van de Veluwe«!

GROOTVADER (zacht, eveneens drinkend): U beschermt mijn kleinkind!

(Zij zitten tegenover elkaar aan tafel. De buurman staat op en blaast de lamp uit, zoodat het geheel duister is in de kamer, behalve een zwakke gloed van den haard.

— DE KLOK SLAAT LANGZAAM TWAALF UUR.)

(Wordt vervolgd).

Sluiten