Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAKKERDS

met doodsangst op het gelaat, toen Swindel, na een bons met z'n vuist op de tafel, uitbarstte:

„Wel verdomd, dus jij schaamt je voor je vader, jij? In plaats van trotsch te weze? Jij, in jou kringen. In jou kringe. Wel verdomd, benne wij jou kringe niet, bliksemsche meid? Wat verheel je je wel? Zijne wij te min geworde? Benne jullie....

„Vader," onderbrak Albert, „bedaar wat."

„Hou je bek. Wie is hier de baas? As 't jullie niet bevalt, donder dan op. Ik heb...."

Plots stond Louise op, doodsbleek.

„Kom, Karei. Hier wil ik niet langer blijven."

En toen, hoog, tot Swindel, die ineens stil was, beteuterd keek:

„Als u uw fatsoen niet kunt houwe, ga ik liever heen. Ik laat mij niet meer uitschelde."

Ze wilde nog meer zeggen, maar Karei, die al stond, raakte haar arm aan en sprak bedaard:

„Rustig, Louise. Ga nu niet de ruzie voortzetten, en laat ons kalm weggaan. Je vader zal straks wel inzien, dat hij ongelijk heeft."

Ze keerde zich om, maar dan ineens kwam weer de lust om nog wat te zeggen, en dadelijk daaraan toegevend, beet ze haar vader vinnig toe:

„In mijn kringen doet men tenminste zoo niet."

Toen ging ze met Karei de kamer uit. Haastig liep ze de gang door. Albert volgde om hen uit te laten en toen hij terugkwam in de huiskamer, zaten de twee zwijgend tegenover elkaar. Hij nam nieuwsgierig z'n vader op, voelde toch wel iets van meelijden, zooals die daar nu zat in z'n gekleede jas, waarop de kleine zilveren medaille.

Swindel had hen ontsteld nagekeken, maar vond zichzelf gauw weer terug en om niet den indruk te wekken dat hij zich geslagen voelde, viel hij uit tegen z'n zoon:

„Jullie zijn me goddome lieve kinderen. De een...."

„Als u van plan bent ook mij weg te jagen, dan moet u zoo doorgaan. Denk er om, moeder zit daar ook nog."

Ja, moeder zat daar ook nog, en toen Swindel naar haar

Sluiten