Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LENTE-AVOND

gen, als Sientje haar dwaze daad had rondgebazuind. Ze bloosde hevig, maar Erica Jansson kon dat niet zien.

„Margrietje," sprak ze ontroerd, „ik dank je. Ik ken je wel een beetje. Je speelt eiken avond hier op 't plein."

Ze zwegen beiden.

De nacht daalde op aarde. De sterren schitterden als gouden knopjes. Er hing een ijle doom over het dorp. De nachtegaal zette zijn eerste trillers in. Het orgel zweeg. Grietje Derks en haar ega prevelden 't avondgebed, geknield voor de waschtafeï: bij de bedstee stonden de ledikantjes van de jongsten uit 't gezin. „Amen!" zei de kostersvrouw ten laatste, en heur man echode: „Amen!", zooals hij heel zijn leven de woorden zijner vrouw had beaamd. Toen worstelden ze zich door 'n nauw spleetje naar hun legerstede; hij stootte z'n teen tegen den poot van een der bedjes en zij bromde: „Kijk uit, Derks (hoewel de kaars reeds gedoofd was), je maakt de kinderen wakker en je zult ze met rust laten, want denzulken is het Koninkrijk der Hemelen." Maar ten slotte lagen ze vreedzaam naast elkander en sliepen hoorbaar hun welverdienden slaap.

Dominee las nog in »Jonathan«. Hij deed nu tien in plaats van vijf minuten over één bladzijde. Hij werd ontroerd. Hij keek naar de ronde klok en fluisterde, het lachend herderspaartje ten spijt: „Eén uit deze is uw stervensuur."

Fine kwam goeden nacht wenschen.

„Wel te rusten, ziel. God zegene je!"

„Dank u, dominee, wel te rusten!"

„Ja, ja," mompelde dominee, „Unus ex his hora mortis."

Ach, als God hem maar een poosje nog op aarde liet. Zijn gemeente kon hem immers niet missen, en hij.... hij had het leven zoo lief! Zijn huis, zijn tuin, zijn trouwe Fine!

»Unus ex his hora mortis.« Dominee voelde zich somber te moede. „Niet mijn wil, doch Uw wil geschiede," sprak hij vast, doch zijn ziel bleef benauwd. Hij zag de lange rij geslachten vóór, de lange rij geslachten na hem, en zichzelf, verloren in dien eindeloozen keten. Het zweet parelde op zijn

Sluiten