Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

wat er gebeurd is in den nacht, toen — toen de jonge meneer Brak werd vermoord."

„Ik weet van niets," antwoordde mummelend de tandelooze mond en heftig schudde het koppige hoofd.

„Bet!" begon de planter ernstig en toen de dienstbode wantrouwend opkeek, vervolgde hij pathetisch en onverwacht: „Ik weet, dat er op de heele wereld niemand is, die zooveel van me houdt als jij."

Mokkend haalde Bet de schouders op en zij verborg de handen onder haar schort.

„Ik dacht, dat u een fatsoenlijk mensch was."

„Dat is er tenminste een, die mij vertrouwt," sprak Merker met een zijdelingschen blik naar den schilder. „Heb dank, ouwe! Niet iedereen gelooft er aan mijn fatsoen en daarom ben ik gevoelig voor zulke bewijzen van aanhankelijkheid. Kom! wees nu niet bang en antwoord precies op mijn vragen. Wat —?"

„Ik heb geslapen," onderbrak hem een bitse tong.

„Jawel, Bet! Maar voor dien tijd — 's avonds om elf uur, half twaalf? Je liep hier in het portaal, meen ik? Wie heb je toen ontmoet?"

„Mevrouw!" klonk het tartend en vijandig. „Daar is toch niets aan. Mevrouw kwam uit de rommelkamer van meneer."

De meid had een vage notie, dat het voor een schilder beleedigend moest zijn, indien men zijn atelier een rommelkamer noemde. En omdat zij de laatste dagen vooral op haar meester gebeten was, verschafte de term haar een zichtbaar genoegen.

„Uit de rommelkamer van meneer!"herhaalde ze nog eens. „En toen?"

„Mevrouw zag mij heelemaal niet. En ze keek zoo treurig, gottogot! En toen dacht ik: meneer is weer aan het treiteren geweest."

„En toen?"

„En toen — niks!" pruttelde Bet, die tot haar schrik bemerkte, dat zij er al te veel had uitgeflapt,

„Wat deed mevrouw?" drong onverbiddelijk de planter aan. „Weet je 't niet? Dan zal ik 't vertellen. Mevrouw liep

ui 7

Sluiten