Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

tend weerde hij den kunstenaar af, toen deze een driftige beweging maakte.

„Voortreffelijk, beste kerel! Geen verontschuldigingen! Een huwelijk lijkt mij bijzonder aan te bevelen. Den dief misgun ik het niet, dat hij ook eenmaal bestolen wordt. En als er moeilijkheden zijn, kom dan bij mij! Ik heb ondervinding genoeg en weet op alles raad. Als de vrouw het geld verkwist, het huis onteert en den man vernedert, zoodat hij waanzinnig wordt en zichzelf vergeet, dan —"

Hij stokte, onverwacht begon hij te klappertanden. Zijn trekken werden pijnlijk verwrongen en onafgebroken tuurde hij naar een hoek van het atelier. Daar hing een kleine teekening, met punaises zorgeloos en scheef tegen den wand geprikt. Het was een voorstudie voor het olieverf-portret, dat de kunstenaar van Leo vervaardigde. Een vluchtige schets leek het te zijn, niet meer dan wat de schilders „een krabbel" noemen. Maar zooals het vaker gebeurt, was deze eerste visie de scherpste, de levendigste. Er trilde in deze enkele lijnen een zoo treffende gelijkenis, dat de beschouwer onmiddellijk werd aangegrepen en ontroerd.

„U alleen kunt een ongeluk verhoeden," waarschuwde de sonore stem van den planter.

„Kan ik dat?" vroeg smartelijk de officier en hij wendde zijn blikken niet af van de noodlottige plek.

„Het is uw plicht en voor uzelf zal het een verlossing zijn."

Er volgde een stilte. De ingenieur werd kalmer, scheen zich te bezinnen. Eindelijk streek hij met de hand door zijn haren en wischte zich het zweet van het voorhoofd.

„Hoe dwaas, om zoo zenuwachtig te zijn!" mompelde hij verlegen. „Ik wist immers, dat ik alles vertellen zou." Plotseling wendde hij zich tot den kunstenaar. „Arme van Baerle!" sprak hij meelijdend. „Ik ben aan onze vriendschap eenige ophelderingen verschuldigd. Aanvankelijk besloot ik te zwijgen, om de nagedachtenis van den overledene niet te bezoedelen. Maar voor een tweede catastrofe kan en wil ik niet verantwoordelijk zijn. Daarom

Sluiten