Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN SNELTREIN

hij vermoedelijk den trein om plaats te maken voor een Belgischen beambte en ik verzin een masse Fransche zinnen.

„Ik ben ziek.... ik kan niet meer.... ik heb recht op een plaats . . . een vrouw wordt altijd slecht behandeld . .."

„Ik zal zien," ontwijkt hij.

Maar ik loop hem achterna als een fret en ik word beloond. In een eerste klas-wagen, bezet door tweede klaspassagiers, is nog wel plaats te maken. Weer zit ik ellendig tegen een opgeklapte rugleuning, maar het is toch beter dan het gevangenisbankje in den anderen wagen, waar mijn handtasch nog staat. Een gedienstige reiziger verzekert mij, dat hij den trein in Feignies verlaat, dan kan ik zijn plaats krijgen. Ook de anderen blijken niet veel verder te moeten: zij klappen Vlaamsch, vertellen dat zij naar Ostende gaan, willen een gesprek met de Hollandsche aanknoopen, maar wij begrijpen elkander niet en na eenige zinnen loopt het gesprek dood. Een gebouw met een groot bord meldt mij, dat wij Cateau voorbij gaan.

Kwart voor vier.... zij zijn in Lugano, al sinds drie uur. Hoe vaak heb ik het reisplan niet hooren herhalen en ten minste een dozijn maal heeft Berthe mij met dezelfde schijnheilige, onverschillige oogen verteld, dat zij den nacht (hun eersten nacht) zouden doorbrengen in het Hotel GarniWalter. Zij had er kieken van met palmen en bergen. Daar zitten zij dus.... waaraan denken zij.... Berthe.... en Frans? Zou hij, als ik, gefolterd worden door de herinnering, die nog geen acht en veertig uur oud is, of zou hij, als gelukkige bruidegom, geheel en al opgaan in zijn gelukkig bruidje? Zou zulk een gewetenloos geluk mogelijk zijn? Gisteren zou ik de veronderstelling een dwaasheid hebben geacht, maar nu krimp ik voor de waarheid, krimp ik voor de heele wereld. Frans is geen ploert.... weg, wèé me», dat woord, dat mij neerbonkt in eigen vuil. Maar hij is een man. Wat weet een vrouw van mannen, van mannenleven? Zou ik (mijn hart bonst!) niet de eerste vrouw zijn, die een keer zijn gezellin was in de duisternis? Maar dan heeft hij andere vrouwen gekend in gesloten kamers, achter donkere gordijnen, dan heeft hij dezelfde woorden hooren hijgen van andere lippen en dezelfde zuchten gehoord uit andere

Sluiten