Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

spoedig slijten, dacht zij bij zichzelf. En misschien is het beter zoo. Misschien is het beter om de brandende verlangens uit te dooven en in een schemerend halfdonker den dorren, onvruchtbaren levensweg te vervolgen.

Met een zucht wilde zij haar breiwerk weer opnemen, toen zij sidderend ineenkromp en de handen samenklemde in den schoot. Zij hoorde, dat iemand de deur opende en weifelend binnentrad. Het was de kunstenaar, die zij aan zijn stap herkende. Hardnekkig boog zij zich voorover en vermeed het om zijn blik te ontmoeten. Hij bleef een poos bij den drempel staan, zijn adem klonk zwaar door het vertrek. Opeens verplaatsten zijn voeten zich snel en zij vermoedde, dat hij thans op korten afstand tegen de tafel leunde. Ofschoon zij beefde aan al haar leden, verroerde zij zich niet — ook niet toen hij zacht haar voornaam noemde.

„Erica!"

Zijn stem herkende zij bijna niet, zoo week en muzikaal was het geluid. En plotseling fluisterde hij opnieuw:

„Erica — ik wilde — wij moeten —"

„Wat is er?" sneed zij zijn stamelen af. „Ik meende, dat alles tusschen ons al besproken was."

De woorden klonken fel en stootend door de kamer. Bedremmeld aarzelde de schilder, dan maakte hij met de hand een vage beweging.

„Ik leefde in een verblinding," sprak hij ontwijkend. „De moord — alle omstandigheden tezamen — Ik dacht — wat

dacht ik al niet? Maar ik weet nu, wie de moordenaar

is," voegde hij kinderlijk eraan toe, alsof hierdoor alles werd opgehelderd.

„Wat kan mij de moordenaar schelen!" antwoordde Erica hartstochtelijk. „Of het Weichner is of een ander, hij zal toch niet herleven."

En zij wees naar het portret, dat met zijn stralenden lach den wand versierde.

Een oogenblik keken zij elkander aan. Den kunstenaar trof het woeste gebaar, waarmee zij half zich oprichtte en den arm uitstrekte. De naijver, die hem de laatste weken kwelde, was thans verdwenen. Hij begreep enkel, dat zij

iv 5

Sluiten