Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

— 't Past prachtig, meenden de anderen en uit alle monden klonk het nu: Geneer je niet, Jeannetje!

— Dank — dank — ik geneer me al niet. Maar zeg lui, waar is mijn pakje nu? Ze ging langs de standers, die aan de wand waren opgesteld, zocht haar nummer. — 'k Zie 't niet — toch. Op haar krukje gezeten, stak ze voorzichtig de beenen in het nieuwe nog nauwe tricot.

— D'r is niet veel stof meer aan, meende Jetty. — Een heel kort zwembroekje en een lapje voor de borst, dat is alles.

— Geneer je niet, Jeannetje, klonk het uit een hoek.

— In Parijs, vertelde Corrie — zijn de balletten zoo goed als naakt — alleen een lapje voor de buik, niet grooter dan een hand. Ze wist het van h'r zuster, die de vorige week met, nu ja, h'r man, terugkeerde.

— Gijn, meende Jetta Weijne. — Is 't zoo nog niet mooi genoeg? Bloote armen — bloote rug — bloote beenen.

— Feit, beweerde Corie er tegen in. — Mijn zuster zegt het en ik heb 't zelf gezien op kaarten, die ze meebracht.

— Neem es mee! klonk het van alle kanten.

— Goed, goed — morgen.

— Dan prikken we ze hier aan de wand.

— Ja, ja — geneer je niet, Jeannetje!

— Jullie lolt er maar mee.

— Waarom niet? Zullen we er om huilen? 't Komt hier ook nog, zal je zien. Bij elke revue krijgen wij al minder aan het lijf.

Miep was in haar pakje geschoten, raadpleegde het lijstje, wat meer behoorde bij 't costuum voor de eerste opkomst. Een sluier — een veeren diadeem — zou ze straks uit de groote kleedkamer krijgen.

— De anderen zweeten al, bezon zich Mimi.

— Hoe zou 't gaan?

Lies en Reina kwamen binnen. Ze hadden als Biedermeierpaartje een dansje vooruit.

— De zaal is tjokvol en 't gaat als een fluitje, joolde Lies en zwaaide met het manteltje, dat haar schaarsche kleedij moest bedekken, nu de omvangrijke tooi was afgegeven in

Sluiten