Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

geen oogenblik in staat ons te doen gelooven, dat Woutertje zelf daar op het tooneel stond. Dergelijke travesti-rollen zijn gewoonlijk bij de geboorte al ten doode opgeschreven.

Wie wel leefde, zóó uit Multatuli's boek weggeloopen en op het tooneel gestapt, was het aanminnige, lieftallige Femke, «umhaucht» door de poëzie der jeugd, en geheel de dichterlijke figuur om Woutertje's romantische ziel in brand van aanbidding en droom te zetten. Bravo, Mary Smithuyzen! Het tweede bedrijf brengt ons namelijk bij waschvrouw Stotter, die Woutertje in het gras heeft gevonden en liefderijk bij zich thuis opneemt. Het derde bedrijf zet ons in het kantoor van den schatrijken, ijdelen, zelfgenoegzamen koopman Kopperlith met zijn aanstellerigen zoon Pompile, waar Woutertje jongste bediende is geworden, en ook dit milieu is, qua levende illustratie, meesterlijk geslaagd. Een pracht-Kopperlith van Lou Ezerman, precies zooals Multatuli zich hem wel zal hebben voorgesteld, een uitstekende uitbeelding van den boekhouder en van den knecht. Het kón niet beter, ook de aankleeding van het kantoor niet.

Het vierde bedrijf brengt ons weer bij vrouw Stotter, hoofdzakelijk om ons een romantische idylle te laten zien tusschen Woutertje en Femke, na welke idylle het scherm voor goed valt. Begin noch einde zijn er aan deze illustratieve vertooning. Wij hebben heel aardige, zeer goed uitgevoerde, sterk illustratieve plaatjes op het tooneel gezien, al de figuren karakteristiek getypeerd uitgeteekend,

Alleen één figuur, en nog wel de hoofdfiguur, hebben wij niét gezien: Woutertje Pieterse, en hier toch heette het om te gaan.

Men deed heusch beter van zulke boeken maar liever af te blijven. Er moest maar eens een vereeniging worden opgericht ter bescherming van geliefde populaire werken tegen uitbuiting op het tooneel.

Begin April, mogen wij een persbericht gelooven, zal zelfs »De kleine Johannes« van Frederik van Eeden ten tooneele worden gebracht, ook al weer met een getrouwde vrouw, niet in haar eerste jeugd, als de kleine Johannes, «en travesti». Wij houden ons hart al bij voorbaat vast, ook als wij denken wat er van een dichterlijke fantasie-figuur als Windekind moet terecht komen. Is dan niets meer heilig? Dat het «de liefste wensch» van den dichter zou zijn om »De Kleine Johannes« als tooneelfiguur op de planken te zien, betwijfel ik ten zeerste, en op goede gronden.

Cor Ruys heeft de afgeloopen maand, 28 Februari 1.1., zijn 25-jarig Tooneeljubileum gevierd in een geestig blijspel van Edw. Childs Carpenter »Vader Vrijgezel«. Het grondidee is stellig zeer origineel. Een schatrijk vrouwenliefhebber, Sir

Sluiten