Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EER VAN HET GESLACHT

647

Hendrik: Wanneer mijn zoon als overwinnaar uit den strijd komt, dan biedt de gelegenheid zich vanzelf aan.

Dick [half kregel, half gevleid): U schijnt bepaald op niet minder te rekenen!

Hendrik [met het pathos van 'n operaheld): Ik verwacht, dat mijn zoon de eer van zijn geslacht zal hóóg houden! En als déze zoon het niet doet, van wien mag ik het dan verwachten?

Dick [met onverholen spot): Van uw oudsten zoon!

Hendrik [schamper): Jawel, jawel! Dat belooft dan een roemruchte voortleving van de familie!

Dick: In een muffe studeerkamer, achter de boeken!

Hendrik: Of voor een klas met lastige jongens.

Amalia: Of op een zolder met een bundel mislukte sonnetten!

D i ck: Van 'n voetbalmatch heeft ie net zooveel begrip als.... als m'n sigaret!

Hendrik: En van paarden nog minder,! Dick: En van 'n motorcar! Nou!

Hendrik: Moet je 'm over de rennen hooren praten! Dick: Of over vrouwen! Ha, ha, ha! Om je een ongeluk te lachen!

Toto [kauwend; nonchalant) Paul wordt later Dr. in de letteren en nog later professor en nog weer later....

Amalia: Geloof daar maar niets van! Dan zou hij heel wat eerzuchtiger moeten wezen, öf dieper vervuld van een waarachtig verlangen naar het geestelijke.

Dick: Nog geestelijker? Bewaar me! Dan blijft er niets aardsch aan hem over!

Amalia: Het is een valsche eerzucht dien hij voedt. Hij streeft naar wat ver boven zijn bereik ligt. Altemaal zelfverheerlijking en stof vergoding.

Hendrik [ongeduldig): Wat bazel je toch? Bedoel je dat Paul niet werkt?

Amalia [zedig): Ik zou niet graag kwaadspreken van mijn broer.

Hendrik: Wat!.... Wat is er dan?

Amalia: Paul wil heelemaal geen leeraar worden. Het

Sluiten