Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN ZONDER ANTWOORD

673

groote klok, die in mijn bureau hangt: bij twaalven. Nu is het in Holland 'n uur of zes; nu slaapt zij nog. En dan denk ik: Zij, met een hoofdletter! Ik hoor je lachen, ik weet nog precies hoe je lach is, vooral met de oogen, en dan even met den mond. Meer mimiek dan geluid, misschien is het beter om te zeggen: ik zie je lachen, omdat ik Zij met een hoofdletter denk. Ik heb eens een neef gehad, die altijd Zij en Haar schreef met hoofdletters over de vrouw, die hij aanbad. Dat stond heel koddig in brieven, en een beetje profaan ook. Ik heb dien neef wel vijfmaal verloofd meegemaakt, en hij is nu al voor de derde maal getrouwd. Maar altijd schrijft hij nog Zij en Haar met een Hoofdletter. O, meestertje, nu zie ik je weer lachen.... Ik denk dus: nu slaapt Zij nog, en dan denk ik verder, hoe je zult zijn als je slaapt. Zoo rustig en blond als een kind. Misschien glimlach je wel even in je slaap, als een kind dat vage prettige dingen droomt. Misschien ben je ook al wakker om zes uur, half zeven. Het is in Mei in Holland niets onpleizierig om dan wakker te zijn. En dan kijk je zoo wat droomend rond met die oogen, die ik nog altijd voor me zie. Dan lach ik tegen die oogen, dan zeg ik zacht voor me heen: »Dag meesterke, dag zorgeloos meesterke!«, en dan gaat de deur open en komt de volgende klant binnen. De dikke makelaar Pinoks, die altijd bezig is zijn manchetten naar boven te schuiven, of de Chineesche heer Sin Njan Po, die heel rijk en heel slim is, of een journalist, die me wat komt vragen. En wanneer zij mij dan zien glimlachen, zeggen ze vrijmoedig: »Wel, meneer Elbronner, ik tref u in een goede bui«, en dan kan ik uit den grond van mijn hart antwoorden: »In een zeer goede bui«. Op zoo'n dag ben ik een filosoof, een oude wijsgeer, die dankbaar is om het geluk dat hij aanschouwd heeft en die weet, dat bezit het wijsgeerige geluk alleen maar verkleinen kan. Dit is bijna iets voor den scheurkalender, vind je niet? En toch zijn er vele dagen, dat ik mij troost met de gedachte, dat het niet kon. Ja, heusch, wat ik heb meegenomen naar Indië is zoo gaaf en zoo mooi, iets anders had nooit mooier kunnen zijn. Ken je dat verhaal van dat kleine Fransche meisje »Petit-Bleu«, dat bij vi 3

Sluiten