Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

680

BRIEVEN ZONDER ANTWOORD

aardig vindt; welnu, uit contra-beleefdheid, en als een bedankje voor de betoonde belangstelling, vindt hij haar ook aardig. Ik heb er mijn vrouw wel eens mee gehinderd. »Wat heb je er aan?« vroeg zij, en ik kon uit den grond van mijn hart antwoorden: »Niets«. Wij hebben nooit geheimen voor elkander gehad, tot het einde van dit laatste verlof, totdat ik jou ontmoet had. Men kan zijn vrouw beter het bedrog met eene andere bekennen dan het verlangen naar eene andere .... Er is niets wreeders, niets meer vernederends voor haar denkbaar dan te weten, dat ik nu iederen dag even begeer om.... niet getrouwd te zijn. Dat kan ik haar niet aandoen. Dat heeft zij niet aan mij verdiend. Zij heeft zich eenmaal volkomen aan mij toevertrouwd, omdat ik dat wilde. Zij is, met het kind, het ongelukkige zwakke kind tot mij gekomen en heeft gezegd: Hier zijn we samen, omdat jij dat zoo wilt. Ik ben geen ploert, meesterlief. Toen ik trouwde was ik als een bank, die een garantie gaf, en een behoorlijke bank komt hare verplichtingen na. Dat wil jij toch ook? O, het is mij soms alsof ik met je praat over al deze dingen, alsof ik je wijze oogen op mij gevestigd zie, en alsof je goedkeurt alles wat ik doe. Want dat is het verschil tusschen jou en Heieen: zij is een vrouw van de vorige generatie, en jij bent de moderne vrouw. Zij kan liefhebben, maar niet redeneeren. Zij bezit hart en geest, maar zij mist het koele, nuchtere verstand, dat jouw groote kracht in dit leven is. De mooie meisjes uit haar tijd hadden dat niet noodig, en hoeveel beter en mooier zou het leven voor velen hunner geweest zijn, als zij het wel hadden gehad. Of maak ik dat mezelf maar wijs? Het jongetje, Jantje, kon me zoo hinderen in die laatste maanden. Dat was jouw schuld. Arme, lieve meester, nu moet ik je ook al met schuld gaan beladen. Het is een goed, zacht jongetje, maar leelijk, en met soms van die onberedeneerde driftbuien, of buien van stille verlegenheid. En wanneer ik me ergerde aan het kind, dan ergerde ik me aan dat stomme eerste huwelijk van Heieen. En wanneer ik geprikkeld was, dan zeide ik dat soms in kwetsende woorden. Zij antwoordde alleen: »Je bent wèl veranderd....« Tot het kind ziek werd, één van

Sluiten