Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT NIET MEER KON

door

C. M. VREUGDENHIL (Vervolg)

Zesde Hoofdstuk

Het was warm, broeierig weer. Fransje had den heelen morgen in huis rond gehangen. Nu eens speelde ze met Tommie, dan weer hielp ze Tante Sofie een handje; ze had boontjes afgehaald, maar de ware lust ontbrak, 's Middags was Klaartje gekomen met haar twee roode ballen, waar Fransje altijd jaloersch op was. Ze sprongen zoo heerlijk hoog! Maar nu kon het haar allemaal zoo weinig schelen.

„Zullen we doen van Koning één?" vroeg Klaartje. Lusteloos stemde ze toe. Het was een versje, dat ze hier geleerd had.

»Koning één, brak zijn been, Koning twee, sprong over zee, Koning drie, brak zijn knie....«

Klaartje voerde, al ballend, de voorgeschreven bewe-

Sluiten