Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

728

VILLA MORGENROOD

voor een eigen kind, spilden deze nu in milde overdaad aan hei zwakke meisje, dat het lot op zoo gevorderde dagen in hun huis voerde. Ze hechtten zich aan de kleine met al de teederheid van hun oude zielen, ze koesterden zich aan de afstraling der gewekte genegenheid, hunkerden er naar, als een verkleumde naar het vuur. Een lachje maakte hen gelukkig. Dan bogen hun hoofden naar elkander, een vonkje spritste in de fletse oogen, een zachte glimlach gleed uit de straffe plooien van de mond.

Bep. o Bep.... Als ze zoo stilletjes samen zaten en

mekaar niets meer te zeggen wisten, luisterden ze op de lichte stapjes van het kind. Kwam ze.... kwam ze nog niet? Elk voor zich bedacht, wat de kleine 't meest kon plezieren, wat een blosje van genoegen kon brengen op de bleeke, och zoo bleeke en magere koontjes.

Als dan Bep kwam, scheen plots het oude kamertje veranderd. Het sombere vervaagde, het stramme van tweeoude-menschen-alleen lag gebroken. Iets verwarmends, verjongends omsloot de kleumende harten.

Fleurig was Bep niet. De laatste dagen legden een waas van triestheid over heel het schrale figuurtje, een waas, dat lengskens aan een sluier werd, die moeilijker viel te doordringen. De oudjes merkten het en schudden beducht het hoofd. Heinz trok groote rookwolken uit zijn pijp om zijn trekken te omhullen, Coba boog zich dieper over haar werk, stak feller de naald in het verstelgoed. Onheilspellend deunden in hen de woorden, die Sonja zich eens liet ontvallen — een zwak kindje, dat de dood met zich ronddraagt.

Ach, zou dat zoo zijn? Nee, nee, dat kon niet.... dat mocht niet. Bep was wel bleek en tenger, erg zwakjes.... maar dat verschrikkelijke was niet waar. Daar mochten ze niet aan denken, daarvoor gruwden ze als voor een zonde, en te teederder werden ze voor de kleine.

Met Sint Maarten warrelde de sneeuw en weefde aan het doodskleed der natuur. Alle geluid versmoorde en een pijnende stilte, een kwellende geluidloosheid sloot zich om 't vertraagde leven van de stad. Bep stond aan het raam

Sluiten